woensdag 23 september 2026

 


Satsang en de blaasbalg 

door Philip Renard

 

Satsang omschrijf ik wel eens als ‘het ware contact’. In de satsang blijft, zodra je de uitnodiging tot het zien van je wezenlijke natuur werkelijk toelaat, een stilte over, een afwezigheid van de persoon. Weliswaar kunnen persoonlijke zaken ieder moment in deze stilte oprijzen, maar ze zijn niet meteen bepalend. Hierdoor kan er openheid en meningloosheid zijn ten opzichte van de andere aanwezigen, en een bereidheid om te luisteren en te spreken. Projecties kunnen wel opkomen, maar ze kunnen in deze omstandigheid als zodanig herkend worden, waardoor de geloofwaardigheid ervan wordt doorkliefd.

            Zo’n situatie noem ik contact.

            Het is het levende, huidig-aanwezige wat het essentiële van contact is. In de huidige aanwezigheid is er een ondergrond van stilte en vrede, waarin we nog helemaal zonder enig verschil zijn maar van waaruit alle verschillen tussen ons mogen oprijzen en besproken worden. Het mag geluidloos stil blijven, én we mogen hardop woorden gebruiken. De ware stilte wordt niet verbroken door geluid. Deze stilte kan wel tijdelijk uit het zicht raken zodra we blijven kleven aan een emotie of een mening. Vandaar het nut van de uitnodiging om binnenin de aangetroffen emotie of mening te herkennen wat de ware natuur ervan is. In de herkenning kun je zien dat emoties en meningen uit niets anders bestaan dan licht, het licht van Bewustzijn – hetzelfde licht dat het je mogelijk maakt de emotie en de mening te zien.

            In de meeste gevallen duurt zo’n moment van herkenning kort; de inhoud van de emotie of mening kan snel weer geloofwaardig worden. De geloofwaardigheid van deze inhoud komt door de langdurige gewenning eraan – het voelt als een hele lange keten van oorzaak en gevolg, die niet te stoppen lijkt. Hoewel de keten inderdaad niet met de wil te stoppen valt, is het wel degelijk mogelijk hem te onderbreken.

           

Het enige dat tot dit onderbreken in staat is, is het grootse dat ik graag ‘zien’ noem. Zien, of herkennen, of welke term ook maar voor dit wonder, is wat mij betreft ons grootste geschenk. Het is al vanaf de geboorte aanwezig in ieder mens, a priori.

            Dankzij dit zien kunnen wij de keten van gedachten en emoties waarin wij vast lijken te zitten, herhaaldelijk onderbreken. Ik beschouw het onderbreken van deze keten als het belangrijkste dat wij hier op aarde te doen hebben. Elk moment dat je bereid bent te kijken, kun je zien.

            Zien op zich blijkt vrijheid te zijn.

           

In de satsang is er een intensivering van dit onderbreken mogelijk, omdat je een paar uur lang geen andere zaken aandacht hoeft te geven. Wat dan overblijft is een gezamenlijk aanwezig-zijn zonder meer, in daadwerkelijk contact met de levende leraar. Hierdoor lijkt er een soort ‘veld’ te ontstaan waarin alles gebeurt zonder dat een persoon hier iets aan doet. Los van deze aanwezigheid, los van het levende contact, is zo’n veld eigenlijk niet mogelijk. Niemand ‘doet’ iets, en toch is er in dit veld een zekere werking gaande, die te vergelijken is met een blaasbalg. Hier stuiten we op het belang van de levende leraar.

            Ik zou dit belang in de eerste plaats willen omschrijven als ‘de mogelijkheid om gecorrigeerd te worden’. Deze mogelijkheid bestaat alleen maar in levenden lijve, alleen maar onmiddellijk, dat wil zeggen in huidige aanwezigheid. Als je er bereid toe bent kun je in het onmiddellijke contact met de leraar aanwijzingen ontvangen die een verheldering kunnen zijn van je eigen zicht, of zelfs een confronterende correctie erop.* Het gaat hier allereerst om je eigen onderscheidingsvermogen, en de mogelijkheid dat je door waarachtig te luisteren (en uiteindelijk te luisteren naar je eigen ware natuur) tot Helderheid komt.

           

In de tweede plaats betreft de verhouding met de levende leraar ook iets anders dan het ware onderscheid, en wel iets dat veel onbevattelijker is dan dat. Deze verhouding is ook een kwestie van vuur – een zuiverend vuur. Zo kan een sluimerend en fluctuerend inzicht, dat vergelijkbaar is met een smeulend vuurtje, door de blaasbalg-werking van de leraar tot een groot vuur aangewakkerd worden. Zonder dat iemand iets doet, verliezen de vele fascinerende verhalen en meningen hun klevende werking, en lossen op in openheid.

            Hoe dit werkt, en hoe dit sowieso mogelijk is, is volstrekt niet te bevatten. Het is een wonder – werkelijk één groot Mysterie.

            Juist zodra het tot je doordringt dat dit inderdaad niet begrepen kán worden, doe je steeds minder pogingen daartoe. Dan kunnen in dit vuur al je twijfels en hardnekkigheden verslonden worden, waardoor je steeds meer opgenomen wordt in louter Werkelijkheid.

 

* Over het belang van een levende leraar zei Da Free John ooit: ‘Dead Gurus Can’t Kick Ass!’

2 opmerkingen: