Over Dit –
en over Dat wat Dit zo werkelijk maakt
door Philip Renard
Hier gaat het om, wat mij betreft. ‘Dit’ moet echt herkend worden, opdat deze herkenning dan ook twijfelloos kan worden.
Dus ook nu de vraag: ‘Wat is Dit?’
Mentaal kan deze vraag natuurlijk niet beantwoord worden. En toch blijkt het voor te komen dat mensen die begrijpen dat dit niet mentaal beantwoord kan worden, toch heel vlot blijven door-redeneren, zonder dat gevoeld kan worden dat het wonder van het huidige herkend is. Het ‘snappen’ van de vraag leidt vaak tot verdergaan. ‘Snappen’ (‘het kwartje viel’) laat vaak zien dat het ‘reeds bekend’ is – en dat het nog steeds in een reeks zit, met daarin uiteraard een volgende stap.
Het zit dan als ’t ware al ‘in je zak’. Terwijl je het nou juist niet in je zak hebt! Dat is het hem juist! Je zakken blijken vol gaten te zitten; alles valt uit je handen, en ook uit je zakken.
En toch, als je je hier gewoon helemaal aan wijdt, word je steeds stelliger.
Als een rots.
De term kutastha, die ‘als een rots’ betekent, wordt hier vaak voor gebruikt. Het duidt aan dat het dan zo stevig is dat het door geen enkele bewering of redenering kan gaan wankelen of terugdeinzen.
Bevestiging helpt wel. Met name de bevestiging van de leraar. Hij laat zijn stempel steeds opnieuw op dezelfde plek neerkomen. Zo word je gaandeweg op je ware plaats gestempeld, op je oorspronkelijke, altijd-vrije en locatieloze ‘plaats’.
Vrijheid blijkt hetzelfde te zijn als Werkelijkheid. Zodra de werkelijkheid een beperkt soort blijkt te zijn, met ‘jouw werkelijkheid’ tegenover ‘mijn werkelijkheid’, dan kun je meteen voelen of zien dat deze veronderstelde werkelijkheid in feite niet echt vrij is.
Wat zit er dan in deze waarachtige Werkelijkheid waardoor we meteen kunnen merken dat dit echt hetzelfde is als vrijheid?
Zodra je vraagt naar wát het in dit huidige beleven is dat ervoor zorgt dat het als werkelijk wordt herkend (of ‘gevoeld’), kun je zien en voelen dat het hier een soort ‘onontkoombaarheid’ betreft, iets in het huidige beleven wat al helemaal los staat van de fascinerend-afwisselende inhoud en de vibrerend-wisselende vorm van de huidige beleving. Wat Beleving op zich (dat wil zeggen los van inhoud en vorm) zo werkelijk maakt is exact het ‘aan-niets-vastzittende’ element erin. Er kleeft nog helemaal niets, of niets meer.
Los. Een gewoon woord. Gangbaar, onbelangrijk ogend.
Los. Zodra je vraagt naar wat ‘Dit’ zo echt maakt, valt alles los in je. Geen enkel iets blijkt aan iets anders (dat wil zeggen aan een ander ‘iets’) gekoppeld te zijn, of vast te zitten. Het veel voorkomende idee dat je nog afstand moet nemen, of een ‘getuige-positie’ moet innemen, is een vergissing. Geen afstand wordt gevraagd – alleen herkenning van het reeds los staan.
‘Werkelijkheid’ is ook al zo’n gewoon woord. Het wordt vaak gebruikt. Maar het wordt vrijwel nooit gebruikt voor het Wonder, het Onbevattelijke dat huidig beleven en huidig zien mogelijk maakt, en dat laat voelen dat het al vrij is.
Vandaar de vraag: hoe kan het herkennen van Werkelijkheid worden tot een rotsvastheid, een onomstotelijkheid? Wat is het punt waardoor het als twijfelloos ervaren kan worden?
Iets (namelijk de herkenning) moet steeds herhaald worden, steeds opnieuw herhaald, om te ontdekken dat in Werkelijkheid geen enkele herhaling zich afspeelt. Alles is in Werkelijkheid nog zonder verleden, zonder enige mogelijkheid van ‘eerder’, ‘opnieuw’, of ‘reeds bekend’.
Wat je herkent is altijd hetzelfde, het neemt niet toe en het neemt niet af. Er is geen oud, geen nieuw. Het blijkt niet te kunnen veranderen.
Hierdoor blijkt alle verschijning nieuw te zijn. ‘Kersvers’ noem ik het vaak. ‘Nooit eerder gebeurd’. Het huidige beleven is een constant-vrije uitdrukking van Dat wat geen nieuw of oud kent. ‘Dit’ is hier een woord voor.
Overigens is ‘Dit’ niet “alles wat er is”, zoals dit wel eens door sommige moderne sprekers wordt omschreven. ‘Dit’ is weliswaar groots, ja zelfs ongelooflijk, maar het blijft de beleefbare, voelbare uitdrukking van het Uiteindelijke, het aan alle woorden voorafgaande Onbenoembare, dat ik graag ‘Werkelijkheid’ noem – en ook wel ‘Dat’.
Zodra je jezelf vraagt ‘Wat is dit?’, dan kun je onmiddellijk opmerken dat geen enkel weten overblijft. Op deze vraag is al geen antwoord mogelijk. Je bent al oog in oog met het niet-specifieke, met het niet-meer-benoembare – met Niet-weten. In ‘dit’ is alles al opgehouden, elke vorm van interpretatie, elke manier om ‘dit’ nog een specifieke invulling te geven. Je kunt ‘dit’, of ‘Dit’, al Wonder noemen. Eigenlijk ben je al oog in oog met vrijheid.
En toch blijkt er nog steeds een verschil opmerkbaar te zijn. Ik noem dit graag ‘het verschil tussen het Verschilloze en de allersubtielste verschillen’. Ik beschouw het zien van dit verschil als het belangrijkste wat er ‘gedaan’ kan worden. Dit is wat mij betreft de kern van de zaak.[*]
Hoe kun je dit verschil opmerken?
Door jezelf nu de vraag te stellen:
“Wat maakt ‘Dit’ zo werkelijk? Wat zorgt ervoor dat ‘Dit’, de huidige Beleving, als zo echt, zo werkelijk wordt beleefd?”
[*] Je kunt zo’n uitdrukking als ‘de kern van de zaak’ uiteraard meteen aanvullen met een iets andere nadruk. Zo beschouw ik twee korte uitspraken als ‘het meest de kern van de zaak betreffend’ van alle uitspraken. Allereerst een door Huineng en Shenhui beroemd geworden uitspraak in de Diamant Soetra, in § 10, althans de Chinese versie (xin wu suo zhu): “Laat geen enkele gedachte ergens aan vastkleven (zhu; Sanskriet prati-shthita)”. Met andere woorden, gedachten op zich zijn het probleem niet, maar wel het laten vastkleven van gedachten aan ‘iets’ (meestal aan een reeks). Advaita-leraar Poonja leerde deze passage ooit kennen, en hij benoemde het als ‘laat geen gedachte ergens op landen’.
De andere uitspraak komt op hetzelfde neer. Dat is de eveneens beroemd geworden en vaak geciteerde uitspraak van de maha-siddha Tilopa (988-1069). Tegen zijn leerling Naropa zei hij: “Je wordt niet gebonden door wat je denkt of beleeft, maar door je vastkleven eraan. Snij dus je vastkleven door, Naropa!”