dinsdag 3 februari 2026


                                                                                                                                                                                                                                                    (Philip Renard 2013)

Luisteren

 

    door Philip Renard

 

Als je nu luistert, beste vrienden,

luistert naar Dat wat jou nu in staat stelt

om mee te maken,

    louter mee te maken,

dan kun je waarschijnlijk gemakkelijk opmerken

dat dit eigenlijk heel bijzonder is –

waarschijnlijk ook dat dit nét grootser is

en groter en vooral werkelijker

dan de trilling of beroering of beklemming

die vol suggestieve associaties is die

(vanwege berichten over gevaar)

kunnen opduiken en je innerlijk kunnen meesleuren.

 

Inderdaad, deze tijd is verschoond

van enige zekerheid of geruststelling.

Deze tijd lijkt wel ‘rauw’ te zijn,

      vlakbij       (ondanks de fysieke afstand),

maar dat is misschien juist een gelegenheid

om iets directer in contact te komen met

Dat wat je werkelijk bent.

 

Wat ik met luisteren bedoel is een luisteren

naar het meest echte, werkelijke dat jij bent.    

     ‘Je ware natuur’ noem ik het vaak,

maar elke uitdrukking kan snel een cliché worden,

waardoor je niet meer komt tot

het luisteren ernaar.

 

Het luisteren waar ik het over heb is niet

het luisteren naar een ander, of naar een herinnering

of een ‘troost’.

    Ik bedoel luisteren naar Jezelf,

naar Dat wat werkelijk van binnenuit

jou constant licht verschaft,

wat constant, continu, huidig, kennen mogelijk maakt,

geheel voorafgaand aan enige invulling van dat kennen.

 

‘Kennen’ is voor velen een raar woord,

heb ik wel eens gemerkt.

‘Meemaken’ klinkt veel gewoner. Ik bedoel

met beide termen eigenlijk precies hetzelfde.

Beide woorden duiden Dat aan wat

‘het wezen van het wezen’ is,

de essentie van de essentie’.

De taal houdt hier op, omdat juist het

‘meemaken’ oftewel ‘kennen’

er eerst moet zijn voordat je één woord

kunt noemen.

 

Kennen oftewel meemaken heeft niets koels hoor.

Soms beluister ik wel eens iets waarin

een snakken doorklinkt naar andere termen.

‘Het hart’, ‘liefde’, ‘mededogen’ enzovoort.

Zodra je echt luistert naar Dat wat jou

doet kennen, wat voor jou elk meemaken

mogelijk maakt, zul je wellicht tranen voelen

opwellen, zul je geraakt worden door het

ongelooflijk grootse, het onpeilbare geschenk

van Licht en Liefde dat binnenin

dit ‘doodnormale meemaken’ vervat zit.

De grootsheid  van je eigen vermogen tot kennen,

ja, Kennen-op-zich,

dat is zo onmetelijk groots, en zo

ongelooflijk zacht en lieflijk!

 

Als je nu luistert,

naar Dat wat ‘dit’ zo echt maakt, zo werkelijk,

dan kun je meteen zien, of voelen,

dat ook ‘dit’ (dwz. zonder enige invulling van ‘dit’,

dus nog geen sprake van bijvoorbeeld beklemming)

eigenlijk nog niet verschilt van

Dat wat dit zo echt maakt, zo werkelijk.

 

Je kunt niet roepen: ‘Wees niet bang!’

Nee natuurlijk niet. Die trilling was al opgekomen

voordat je op het idee kwam om iets te roepen

als poging om dit te bedwingen.

Vandaar mijn uitnodiging om te zien

wat Dat is wat al voorafging aan die trilling.

Wat is Dat wat dit allemaal kent, ziet, meemaakt?

 

Wees gezegend in Dat,

in Dat wat je bent.

  

zondag 4 januari 2026

                                                                                                                                                                                                                                                              (Nils Kreuger, 1910)

 Het Heilige eerst

vandaar ‘Heilige Volgorde’

 

door Philip Renard

 

Een wezenlijk aspect van alle onderricht is voor mij de ‘Heilige Volgorde’. Nog afgezien van een mogelijke verwondering over de aanduiding ‘heilige’ zou iemand zich af kunnen vragen: hoezo volgorde? Er zijn namelijk mensen die zeggen: “ ‘Dit’ is alles wat er is. Wat zou in ‘dit’ een volgorde kunnen zijn?”

 

Ik beschouw ‘dit’, de huidige beleving, niet als ‘alles wat er is’, maar louter als de huidige vorm van het verschilloze en tijdloze ‘Dat’. Ook zie ik dat in vrijwel iedereen na een geloofwaardige beleving van ‘dit’, van vrijheid, toch nog onvrijheden en begoochelingen kunnen optreden. Vandaar dat ik het vaak als terecht kan ervaren om enige aandacht te schenken aan de in de psyche aanwezige inhoud, met alle emoties en verhalen, en overtuigingen zoals ‘ik heb gelijk’. Wel is het natuurlijk zo dat juist deze inhoud ervoor zorgt dat we heel snel door de verhalen erin gefascineerd raken, en vaak ook eraan vastgekleefd blijven. Met name de emotionele lading die voelbaar is in onze psychische inhoud, in onze verhalen, zorgt op een blinde manier voor een verstrengelend effect, waarbij we ons helemaal met de inhoud identificeren. Vaak kun je dan niet eens ontwaren dat je iets anders zou zijn dan deze emotionele inhoud.

            Vandaar dat ik steeds opnieuw uitnodig om een onderbreking toe te staan in de reeksen verhalen en overtuigingen die zich aandienen. Zo maar even onderbreken, een gat laten vallen in een aan elkaar geregen keten van fascinerende verhalen. Zodra je het gat werkelijk toestaat, zul je kunnen merken dat de tijd even ophoudt, of zelfs ‘nog nooit heeft bestaan’. Het gat bevat nog geen verleden en toekomst, en ook geen ‘nu’ – het is leeg, ook wat betreft de tijd. Vandaar dat je, zodra je weer opnieuw gedachten en emoties op laat komen, kunt spreken in termen van ‘nu begint het pas’, of ‘ik zie dit voor het eerst’. Doordat de onderbreking in feite tijdloos was en is, is het huidige object het ‘eerste’ object – kersvers.

 

Je kijkt dan vanuit het Tijdloze, wat hetzelfde is als het Verschilloze. Dat kent nog geen enkel verschil, dus ook nog geen enkele twijfel of dilemma. Ook al rijst nu een twijfel op, je kijkt al vanuit het Twijfelloze. Het zien dat dit het geval is, dat je nu al kijkt vanuit Dat, beschouw ik als van het grootste belang. Zo kun je dit steeds meer gaan waarderen. Op deze manier blijf je steeds minder aan een twijfel of emotie vastkleven. Zodra dat vastkleven wél gebeurt, en je zelfs verzwolgen lijkt door een emotie, kun je toch meteen weer een onderbreking toestaan.

           

Gaandeweg dringt tot je door dat deze twee manieren van kijken niet op een willekeur gebaseerd zijn, alsof het gewoon twee werelden zijn die elkaar nou eenmaal afwisselen, met een geloofwaardigheid die niet veel van elkaar verschilt. Nee, je ziet dan dat er wel degelijk een soort hiërarchie is, een hiërarchie wat betreft innerlijke waarde.[*] Het is een volgorde die verwoord kan worden als: ‘Eerst het wezenlijke, het lege en waardevolle, en daarna de verschijningsvormen die zich erin aandienen.’ Je kunt dan zien dat deze volgorde volkomen terecht is.

            Wat deze zo terecht maakt is dat het wezenlijke, wat je ware natuur is, nog helemaal geen persoonlijke kleur heeft, nog geen enkele invulling of inkleuring – laat staan een mening of oordeel. Vandaar dat ik het een ‘Heilige’ Volgorde durf te noemen. ‘Heilig’ is datgene wat nog geen persoonlijk aspect heeft, waar niets individueels een bepalende rol speelt of een belang bij kan hebben. Ja, vooral het element van ‘belang’ (wat vaak neerkomt op eigenbelang), dat is vooral het punt. Het ontbreken van belang verdient een aanduiding als ‘heilig’.

            Vandaar de uitnodiging: herken eerst je ware, niet-persoonlijke natuur, en kijk van hieruit naar je persoonlijke aspecten.



[*]  Ik wil hier graag benadrukken dat het woord ‘hiërarchie’ wat mij betreft uitsluitend bruikbaar is zolang hierin geen enkel element van macht aanwezig is. Geen verfijnd soort Paus, Opperrabijn of Ayatollah mag hier een rol in spelen. Geen enkel mens staat boven jou. Geen mens is heilig. Het woord hiërarchie betekent letterlijk ‘het heilige eerst’, dat wil zeggen ‘Niet-persoon eerst’.

dinsdag 5 augustus 2025

 

 

Over ‘ego

en het realiseren van Waarheid

 
 door Philip Renard

                                                                                          

Hierbij wil ik uitnodigen om de aandacht eens te laten uitgaan naar het fenomeen ‘ego’. Iedereen heeft uiteraard van dit fenomeen gehoord, en waarschijnlijk ook gemerkt dat het in geestelijke kringen veelal wordt aangezien voor een vijand, of zelfs ‘de vijand’. Regelmatig kom je aanbevelingen tegen om je uiterste best te doen dit ego te verwijderen, of zelfs te vernietigen.

            In feite is onze ‘individuele uitdrukking’, die toch iets te maken moet hebben met een zekere bundeling of beperking, nog niet per se een vorm van gebondenheid, of vastgekleefdheid. Uitdrukking waarbij steeds opnieuw, dwars door de vormen heen, van binnenuit opmerkbaar blijft dat vrijheid het geval is, kan beschouwd worden als een ‘Verrijking van de Werkelijkheid’. Zo wordt het wel genoemd in dzogchen-teksten. Daarin wordt het ook wel ‘ornament’ genoemd. Als je uitdrukking waarlijk een ornament is, zonder ergens aan vast te blijven kleven, is de term ‘ego’ bijzaak geworden. Er is geen pantsering, geen eigenbelang, geen voorbereiding op een verondersteld gevaar of vijand.

 

 

Hierbij een schets van wat ik bedoel.[1] Bovenin zie je de Verschilloze Essentie, als het onscheidbare tweetal, papa en mama, zonder enige tweedracht en volledig gelijkwaardig – Yab-Yum. Dit duidt op het onscheidbare van Leegte (Niet-weten) en Bewustzijn (Kennen). Hun onverbrekelijkheid maakt het mogelijk dat zonder enige obstructie fenomenen oprijzen, steeds opnieuw, als witte schuimkoppen in de donkere branding bij nacht. Fenomenen zoals ook ‘ego’-uitingen. Ze rijzen op. Beperkingen rijzen op, zomaar, zonder enig verleden of oorzaak. Dit wordt vaak ‘spontaan’ genoemd, dit ‘zo maar oprijzen’. Niets of niemand ‘schept’ dit. Het is de onbelemmerde Uitdrukking van het Verschilloze Lege Kennen. Gedachten, ego-vormen, tijdelijke afschermingen, bloesems, krampen, vruchten: ze rijzen op – om later ook weer op te lossen in het Verschilloze Lege Kennen.

            Onderin de driehoek zie je vanuit de punt een spiraal, die de Uitdrukking voorstelt. De Uitdrukking kan vormen aannemen die zich ver verwijderen van de Verschilloze Driehoek en vervuld blijven van ego – desondanks blijft iedere seconde het herkennen van de Essentie (Kennende Leegte) mogelijk. In de tekening zie je dit aangeduid door talloze driehoekjes, die laten zien dat dit nooit een ‘weg terug’ betreft, maar een onafgebroken mogelijkheid om nu, in Dit, je ware natuur te herkennen, de Alles-includerende Volledige Driehoek. De kleine driehoekjes zijn steeds opnieuw ‘Dit’ – steeds kersvers.

 

‘Ego’ is in feite een klein fenomeen, dat door het erdoor gefascineerd-worden een verbeelding kan koesteren van groot en overweldigend, vooral vanwege de emoties rondom verleden. Met name pijn die lang is opgespaard kan ieder moment een grote geloofwaardigheid krijgen, zeker als iets getriggerd wordt. Dat is niet meteen af te doen als ‘alleen maar illusie’; ik vind dat iemand in pijn respect verdient. Ook al blijft het gelden dat pijn zich afspeelt in puur Licht en Kennen, het is niet iets wat zomaar is opgelost. Vandaar de noodzaak om steeds opnieuw te kijken, middenin elke emotie.

            Het ego kan zich hierbij blijven samentrekken. Je kunt er last van hebben, en uiteraard ook van dat van anderen; daardoor kan het moeilijk zijn om het ego mild te beoordelen. Toch is de waarheid hierover wat mij betreft niet een kwestie van zwart of wit – het verdient een waarachtige nuancering. De samenhang tussen ego en vrijheid (en de zogenaamde vrije wil) voelt als een paradox, als iets wat niet redelijkerwijs kan worden begrepen. Graag laat ik Atmananda aan het woord om hierover iets te zeggen dat als een frisse blik kan voelen:

 

“Zelfs het zo vaak verachte Ego is een grote hulp voor het realiseren van de Waarheid. De aanwezigheid van het Ego in de mens is oneindig beter dan de afwezigheid ervan, zoals bijvoorbeeld in het geval van een boom – ook al blijft het Ego iets wat je een vervorming zou kunnen noemen. (...) Vandaar dat je kunt zeggen dat het Ego in zekere zin zelfs het primaire verantwoordelijke element is voor de realisatie van de Uiteindelijke Waarheid.” [2]

 


 [1]  Zoals ik al vaak heb geschreven bij een poging tot het afbeelden van iets van de psyche: dit is natuurlijk onmogelijk, maar voor heel even kan het toch dienend zijn. Vandaar dit plaatje.

 [2 Notes on Spiritual Discourses of Sree Atmananda (of Trivandrum) 1950-1959. Opgetekend door Nitya Tripta. Trivandrum (Kerala): Reddiar Press, 1963; p. 191. In de tweede editie (erg goed geredigeerd door Ananda Wood); Salisbury (uk): Non-Duality Press, 2009; no. 512 (in het tweede van de drie delen).


Noot: Het schilderij bovenin is van Baldessari (met dank aan Nina Wevers, die het auteurschap in haar opmerking aanreikte).

zondag 13 oktober 2024

                                                                                                                                                                                                        (afbeelding Ike Renard-Brave)

 Slechts twee factoren

            door Philip Renard                                                              


Voor zover ik kan zien bestaat onze geboorte eigenlijk uit slechts twee factoren. Deze twee zijn reeds als embryo een mengvorm aangegaan, als we het zo mogen uitdrukken. De twee factoren zijn:

 

(1) Oningevuld Bewustzijn, dat als onze ‘ware natuur’ vanaf de geboorte altijd al, a priori, verlicht is. Het is kennend, verschilloos, leeg, onbeperkt en onbesmet – met andere woorden, het behoeft nooit enige zuivering;

 

en (2) een soort ‘pakket’ van inhoud, van een fascinerende wereld van verschil, dat misschien wel het best kan worden aangeduid als ‘karmisch’: een raadselachtig pakket dat uit krachtige, latente geneigdheden bestaat. Wij hebben dit pakket leren aanduiden als ‘de persoon’. Jij bent dit pakket weliswaar niet, maar je hebt hier zo veel mee te maken dat je kunt zeggen dat het wel ‘bij je hoort’.

            Pijn is waarschijnlijk de beste aanduiding van de kern van dit pakket – en de stuwkracht van de geneigdheden bestaat uit een emotionele reactie op deze pijn. Altijd gaat deze reactie uit van relatie met ‘anderen’: de pijn is dat anderen ooit gewonnen of vernederd hebben, en de emotionele reactie is de drang om nu eindelijk zelf te winnen of te kunnen vernederen (of af te wijzen). Zo vormt bijvoorbeeld wraak een van de meest voorkomende vormen van de reactie, ook al wordt dit in de meeste gevallen verhuld of slechts als innerlijke emotie bewaard, of opgespaard.

            Dit pakket zou je ook je ‘baksel’ kunnen noemen. Zo zit jouw geconditioneerde persoon nou eenmaal in elkaar, al vanaf de geboorte.

           

Desondanks blijft het in (1) genoemde altijd-vrije Bewustzijn constant je ware natuur, en blijft het ook de ware natuur van dit baksel, van dit inhoudelijke pakket. Het vormt er elke seconde het kennende, ervarende element in. Het kennende, inhoudsloze element in ons blijft altijd vrij en raakt nooit afgeleid. De uitnodiging in dit geboren-zijn zou je kort kunnen samenvatten als:

            Herken het kennende element middenin (of binnenin) het inhouds-element. Elk moment dat je kijkt zit in het kijken het kennende element al vervat – onafgebroken. Dit is zó gewoon voor de mens dat hij hier ‘gewoonlijk’ overheen kijkt. Het huidig-kennende wordt bijna nooit als iets bijzonders gezien, laat staan als ‘groots’.

            Ik durf te zeggen dat het kennende groots is, want het is de ingang tot vrijheid. Het bevat alles, ook al is het zelf ‘niet-iets’. Het ziet, het kent, het voelt, het zorgt er constant voor dat je allerlei beleeft. Binnenin alle beleving is het kennende (wat louter Bewustzijn is) het bevrijdende element.

 

Bevrijdend van wat? Van de geloofwaardigheid van jouw individuele karmische pakket, van je hele psychische inhoud. Van alle kleuring, alle vooringenomenheid, alle ‘weten’. Uiteindelijk komt het neer op de bevrijding van alle strijd, hoe subtiel ook. Deze bevrijding behoeft geen methode, geen ‘aanpak’. Alles wat nodig is is dat je kijkt, dat je licht schenkt.

            Herken dit licht-schenkende. Steeds opnieuw, en vaak. Altijd huidig. Dit is alles wat je te doen hebt. Al het andere is bijzaak.

 

 

maandag 13 november 2023



De ‘gelijktijdige’ driehoek van Dzogchen

 

     (see English translation) 

door Philip Renard

 

Binnen het Tibetaans Boeddhisme neemt Dzogchen een plaats in die je ‘de hoogste’ kunt noemen. Letterlijk betekent het ‘Grote (chen) Volledigheid (dzog)’. Dzog betekent ook ‘voltooiing’, ‘beëindiging’, ‘volmaaktheid’. Met andere woorden: ‘je komt aan je eind’. Verder of hoger kun je niet.

            Voor mij is Dzogchen, zoals het me sinds het midden van de jaren tachtig vooral dankzij Namkhai Norbu is aangereikt, een van de meest heldere verwoordingen van de werkelijkheid. In de loop van de jaren hebben allerlei details van dit onderricht zich in me uitgekristalliseerd, vooral dankzij de woorden van Tulku Urgyen Rinpoche. Zelfs zodanig dat ik durf te zeggen dat zijn vorm van onderricht, met als uitgangspunt de radicale woorden van de grote veertiende-eeuwse leermeester Longchenpa, de laatste jaren de belangrijkste inspiratie is voor datgene wat ik zelf doorgeef aan anderen.

 

Tulku Urgyen betracht in zijn spreken een wat ik noem ‘stempel’-stijl. Daarmee bedoel ik dat hij eigenlijk steeds hetzelfde zegt. De stempel blijft dezelfde stempel, en hij komt steeds op identieke wijze neer, op exact dezelfde plek. Ik moet vaak denken aan het bekende verhaal over de druppel die voortdurend op een steen valt, en wel exact op dezelfde plaats. Het verhaal luidt dat de steen werkelijk doorboord raakt, hoe hard hij ook is. Dus door maar heel gewoon door te gaan met stempelen, wordt de opening geboden.

            Wat is het wat Tulku Urgyen steeds hetzelfde zegt?

            Zijn nadruk is als volgt. Alles draait om herkennen: het herkennen van je ware natuur en het leren om hierin gestabiliseerd te raken. Een eenmalige herkenning is voor de meeste mensen niet voldoende – de keten van karmische geneigdheden kan herhaaldelijk zorgen voor een verduistering van het zicht. Vandaar dat Tulku Urgyen zegt:

 

In deze hele wereld is er niets dat superieur is aan het zien hoe je deze keten moet doorbreken – er is niets dat kostbaarder is.” [1]

 

Ja, hoe krijg je hier waarachtig zicht op, hoe moet je deze keten doorbreken? Dat is door allereerst, hóe je huidige situatie of gemoedstoestand ook is, te herkennen wat je wezenlijke, oorspronkelijke natuur is, midden in je huidige situatie. Op het moment van daadwerkelijk herkennen is er een opening, een onderbreking. Geen reeks meer, geen verhaal waarin je gelokt wordt naar een volgend fascinerend detail. Hier ligt de meest diepgaande uitnodiging: laat nu je verhaal even voor wat het is, en kijk, sta toe dat deze opening tot je doordringt. Je zult dan makkelijk kunnen zien dat dit ‘niet-iets’ is. Tulku Urgyen zegt hierover herhaaldelijk: “Zien dat er niet iets te zien valt is het allerbelangrijkste zicht.” [2] Je kunt ook meteen zien dat dit wel degelijk ‘jezelf’ is. Je kunt namelijk onmiddellijk herkennen dat dit niet-iets gezien wordt, dat wil zeggen dat er continu en blijvend een kennend beginsel is – ook al is dit niet een entiteit. Juist de combinatie van deze twee factoren maakt dat geen van de twee doorschiet, de ene naar nihilisme, de andere naar het innemen van een positie, dat wil zeggen het identificeren met een subtiel Iets of Iemand. De advaitische uitspraak ‘Ik ben Brahman’ wordt hier vervangen door ‘Ik besef dat mijn wezenlijke natuur Niet-iets is – louter Kennen.’

 

In Dzogchen wordt onze wezenlijke natuur beschreven als te bestaan uit drie aspecten, te weten de volgende:

           

            1   lege, conceptloze essentie

            2   heldere, kennende aard

            3   onafgebroken, onbelemmerde uitdrukking

 

Er bestaan veel drietallen in het Tibetaans Boeddhisme, maar deze drie aspecten vormen voor mij het gouden drietal. Alles zit hierin vervat. Doordat ik zo diep geraakt werd door de eenvoud van dit drietal ben ik in de loop van de jaren tekeningen ervan gaan maken, waarbij het drietal een driehoek werd. En wel een gelijkzijdige oftewel ‘gelijktijdige’ [3] driehoek. Het gelijkzijdige (en gelijktijdige) voelt terecht omdat alle drie aspecten uiteindelijk even belangrijk zijn, ook al bevat het drietal een hiërarchisch element. Het punt erin is vooral dat het om een volledige inclusiviteit gaat. Ik wil de drie zojuist genoemde aspecten hier een beetje toelichten.

 

1.

Allereerst de ‘essentie’ (in Tibetaans ngo-bo). De essentie is gewoon de essentie, dus je kunt niet daarna nog zeggen ‘de essentie van de essentie’.

            Nee. Het stopt. Dat is precies de functie van dit soort taal. De essentie wordt meteen benoemd als Leegte (stong-pa nyid). Leegte slaat alle weten uit je handen, alles wordt je afgepakt. Dus  H E T   S T O P T  – en dat is de zegen. Niet-weten, Niet-iets en Leegte betekenen voor mij hetzelfde. Alle nadruk ligt hier op het einde van alle concepten, van alle mentale en emotionele bouwwerken, hoe nobel eventueel ook. In dit opzicht is zelfs ‘liefde’ een concept, en volgt hiërarchisch dus pas als één van de voorbeelden van het derde aspect, zijnde de uitdrukking van de essentie.

 

2.

Deze essentie is onscheidbaar van het kennende beginsel, dat ook wel wordt aangeduid als Helderheid (in Tibetaans gsal-ba). In het Engels vaak vertaald als Luminosity. Prachtige aanduidingen, vind ik. Om het kennende beginsel gaat het – louter Bewustzijn.[4] Je kunt zeggen dat de lege essentie de kern van de zaak is, maar zonder het kennende beginsel begin je niets. In Dzogchen wordt daarom benadrukt dat Leegte altijd Kennend moet zijn, anders krijg je bij het woord ‘leeg’ toch negatieve interpretaties – hieruit zijn dan ook veel vedantische vooroordelen jegens de boeddhisten voortgekomen. In mijn ogen is Boeddhisme pas geworden tot een echte directe bevrijdingsweg toen rond de vierde eeuw in China de balans was gevonden, door te erkennen dat alles en iedereen niet alleen leeg is (wat de nadruk tot dat moment was), maar ook een ware natuur heeft die kennend is. Het werd ‘Boeddha-natuur’ genoemd: die betreft de niet te scheiden combinatie van niet-wetend (leeg) en kennend (licht-schenkend) – in je huidige aanwezigheid.[5]

 


 De combinatie van lege essentie en kennende aard is wat in de Advaita het ‘eigenschaploze Absolute’ wordt genoemd. Ogenschijnlijk betreft het hier een tweetal, zeker als je het afbeeldt, maar in feite vormen de begrippen leeg en kennend samen de meest volledige en inclusieve aanduiding voor het onmogelijk te omschrijven Uiteindelijke. Ze zijn respectievelijk de negatieve en de positieve manier van aanduiden, en daardoor laten ze je de Grote Volledigheid onmiddellijk voelen – waarbij het idee ‘twee’ volstrekt vervliegt. Zo ontwaar je het Verschilloze; er valt hier werkelijk geen enkel verschil aan te treffen.

            Dit wordt in Dzogchen rigpa genoemd, Leeg Bewustzijn. De onscheidbare eenheid van Niet-weten en Kennen. Rigpa mag je wel beschouwen als het allerbelangrijkste in Dzogchen. Het punt waar alles om draait.

 

3.

Het samengaan van Niet-weten en Kennen (of Leegte en Bewustzijn) wordt steeds beschreven als onscheidbaar en ononderbroken, waardoor er sprake kan zijn van een volslagen onbelemmerde (in Tibetaans ’gags-med) uitdrukking. Doordat er geen belemmering is, speelt de uitdrukking zich onmiddellijk af – zoiets als tijdsverschil bestaat nog niet, dat ontstaat juist hier. In deze benadering is er nooit een Zondeval geweest.

 

Het derde aspect betreft geheel en al deze Uitdrukking van het Lege Bewustzijn – dat wil zeggen de manifestatie ervan. Een aanduiding als ‘de kern van de zaak’ kan nog steeds abstract blijven, als een ‘weten’, maar zodra de kern zich manifesteert kan dat niet meer. Het Tibetaanse woord voor dit aspect is thugs-rje. In Dzogchen wordt deze term geïnterpreteerd als ‘capaciteit’, ‘potentie’, ‘resonantie’ – en ook ‘energie’. Dankzij de capaciteit van Bewustzijn kan er manifestatie zijn, aanwezigheid, beleving.

            Er is tussen Leegte en Bewustzijn nog geen enkel verschil, maar zodra dit Verschilloze tot manifestatie komt, is verschil geboren (en tijd, en oorzaak-en-gevolg), en razendsnel is er dan ook de mogelijkheid van het verschil tussen vrijheid en onvrijheid, tussen werkelijkheid en begoocheling. Zodra je bent, en beleeft, kan voorkeur optreden, en eventueel een vastgekleefd-raken. Zojuist was er nog vrijheid, en opeens is er iets wat triggert, waardoor je helemaal bezet kunt raken, en vastgekleefd aan een emotioneel getint verhaal. Het voelt als een oersplitsing, waarin gelukkig wel steeds opnieuw de vraag kan opkomen: Wat wil ik echt? Wil ik waarachtige vrijheid, of wil ik het eigenlijk gewoon makkelijk hebben en alleen maar genieten?

            Nisargadatta Maharaj heeft veel van zijn onderricht gewijd aan het verduidelijken van deze plaats van ‘het gemanifesteerde’, die hij vaak aanduidde als ‘ik ben’ oftewel geboorte-beginsel. Hier is nog geen sprake van een persoon of individu, maar wel van Beleving-op-zich – waarin de oersplitsing zich afspeelt die gebaseerd is op de genoemde keten van karmische geneigdheden. Ik heb deze oersplitsing ooit geschetst in een cirkelvorm, als een pil met twee helften.[6] Een tweesprong kun je het noemen. Wil je tot Besef komen, of laat je het erbij, en blijf je een leven leiden dat in feite neerkomt op niet-besef?

 

Bij het tekenen van de driehoek kwam ik er op een gegeven moment toe om de tekening van de tweesprong-cirkel eraan toe te voegen.[7] Immers, zodra je jezelf gaat uitdrukken, is dualiteit een gegeven. Als er alleen maar de essentie zou zijn, hoeft er natuurlijk niets onderzocht te worden om tot bevrijding te komen. De essentie, Leeg Bewustzijn, is altijd al vrij. Hierin valt niets te realiseren. Het gaat erom dit naakte Bewustzijn te realiseren in je huidige bestaan, midden in je eigen uitdrukking, hoe verwarrend die misschien ook is. Je gedachten en emoties moeten doorzien worden als zijnde niets anders dan een tijdelijke uitdrukking van je aangeboren ware natuur. Dus: herken de inhoudsloze essentie binnenin je gedachten en emoties.

             

 

Met de combinatie van driehoek en cirkel kun je goed de samenhang laten zien tussen de essentie en zijn uitdrukking. Op de laatste tekening wordt dit als tweetal in kapitale letters benadrukt. Tulku Urgyen heeft hier herhaaldelijk over gesproken, ook over het tweesprong-karakter dat in de uitdrukking vervat zit:

 

De enige mogelijkheid voor herkenning ligt in de uitdrukking. De uitdrukking (rtsal) van de essentie (ngo-bo) heeft de mogelijkheid om óf zichzelf te beseffen óf zichzelf niet te beseffen – hier zie je hoe Besef (shes-rab; in Sanskriet prajña) het hele punt is. (...) Wanneer de uitdrukking tot Besef komt (dat wil zeggen zodra de uitdrukking zijn eigen natuur beseft), is hij bevrijd. Dan is er vrijheid. Wanneer de uitdrukking beweegt als gedachten, als denken, is hij in de war. Dan is er begoocheling. In het zien van dit onderscheid wordt duidelijk waarin het belang van het verschil ligt. Met andere woorden, of de uitdrukking bevrijd wordt als Besef, óf verward raakt in de vorm van gedachten, wordt bepaald door degene die het onderscheid traint, die zijn eigen natuur beseft óf niet beseft.” [8]

 

Wat mij betreft is dit het kernpunt van alle onderricht. Door dit kernpunt daadwerkelijk in je leven toe te laten zal de karmische keten doorbroken worden. Deze nadruk bevat de hele kwestie, volledig en direct, zonder enig ‘weten’. Moge deze nadruk, eventueel met behulp van driehoek & cirkel, als een waarachtig stempel werken. Moge de stempel steeds opnieuw, kersvers, neerkomen op een ontvankelijke plaats.

 

 

NOTEN

 

1.  Tulku Urgyen, As It Is, Vol. I, Boudhanath: Rangjung Yeshe, 1999; p. 75.

2.  Passim; zie bijvoorbeeld As It Is, Vol. II (2000); p. 76.

3.  ‘Gelijktijdig’ (Tibetaans cig-car) is een term om het onmiddellijke karakter van Dzogchen aan te geven, zodat de onscheidbaarheid van de drie apecten in één oogopslag gezien kan worden. De driehoek toont het samenvallen van de tijd en het Tijdloze, en wel in een zichtbare vorm. Zie over dit tonen in zichtbare vorm van het gelijktijdige ook het artikel van Rolf Stein in Sudden and Gradual (Peter Gregory, ed., Honolulu, 1987). Hierin, op p. 55, citeert hij een passage waarin gewezen wordt op het contrast tussen beeldend werk als zijnde onmiddellijk, en schriftelijke en muzikale werken die zich in de tijd afspelen.

4.  Ik noem het Bewustzijn, maar ben het meteen eens als iemand dit liever aanduidt als ‘Gewaarzijn’. Beide zijn voor mij aanduidingen voor het Verschilloze.

5.  Zie mijn artikel over de oorsprong van de term ‘Boeddha-natuur’ (in Chinees fo xing), getiteld ‘De directe weg: is die ooit begonnen?’ in InZicht, sept. 2022; p. 44-50.

6.  Deze pil wordt toegelicht en afgebeeld in ‘Ik’ is een deur; p. 64-69.

7.  De hoek van het derde aspect was toen al naar onderen gebracht; voorheen stond die naar boven, zoals op de eerste tekening te zien is.

8.  Tulku Urgyen, As It Is, Vol. I; p. 146. Zie ook p. 202; en in Vol. II p. 47 en 168.