dinsdag 18 augustus 2026

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           (Quasi-Seurat)

 Over het gebruik van woorden als

‘illusie’ en ‘droom’

 

met een gebruiksaanwijzing van Ramana Maharshi

 

door Philip Renard

 

In toenemende mate merk ik dat er berichten circuleren waarin iemand zegt dat alles illusie is. Of, met een kleine variant, ‘alles is een droom’. Ik zal niet verbaasd zijn als op een gegeven moment iemand me erop attent maakt dat mijn moeder eigenlijk ook slechts een illusie was. Hardop, of liever gezegd in echte drukletters afgedrukt in het bekende tijdschrift voor Non-dualiteit en Zelfonderzoek, werd onlangs de belangrijke mededeling gedaan dat de wereld ‘hoe dan ook nooit bestaan heeft’ – door een jongeman die bereid blijkt te zijn om een gesprek met je te voeren als je hiervoor 250 echt-bestaande euro’s (in of via een heuse ‘winkelwagen’) wil betalen.

            Zoals de meeste mensen zullen weten is deze trend in oorsprong vooral afkomstig van stromingen als de Advaita Vedanta. Eind jaren negentig heeft de film The Matrix in deze richting de deur opengezet voor het grote publiek – vandaar dat tegenwoordig niemand meer raar opkijkt bij het gebruik van uitdrukkingen als ‘de niet-bestaande wereld’. 

  

 

Heel vaak gaf Advaita-leraar Ramana Maharshi zelf aanleiding om deze manier van spreken te bevestigen. Toch leverde juist hij de allerbeste toelichting om dit diepgaande gegeven op een waarachtige manier te interpreteren en te leven. Deze toelichting, of gebruiksaanwijzing, staat in een levensverhaal van Ramana-leerling Poonjaji, opgetekend door David Godman.[1] De context is de bloedige scheiding (the Partition) tussen India en Pakistan in 1947.

  

  

Het verhaal gaat als volgt, in de woorden van Poonja, hier vrij vertaald.

“De Maharshi zei me: ‘Er gaat zich een hoop ellende afspelen in de buurt waar je vandaan komt. Waarom ga je er niet nu meteen naartoe? Waarom ga je niet je familie ophalen en in veiligheid brengen?’

Ik zei toen: ‘Nou, dat oude leven van me, dat was alleen maar een droom. Ik droomde dat ik een vrouw had, en een familie. Maar toen ik u ontmoette maakte u een eind aan mijn droom. Ik heb geen familie meer – ik heb alleen maar u.’

Waarop de Maharshi zei: ‘Tsja, als je ziet dat jouw hele familie een droom is, wat voor verschil maakt het dan als je in je droom blijft en gewoon je taak vervult? Waarom zou je bang zijn om er naartoe te gaan als het alleen maar een droom is?’”

Dan volgen uiteraard allerlei opperingen van Poonja hier tegenin, maar hij buigt. Daarna beschrijft hij hoe hij op reis gaat met de trein en in het gebied aankomt waar zijn familie leeft, de Punjab, dat verdeeld wordt tussen moslims en hindoes. Veel moslims roepen dat ze alle hindoes zullen afmaken, en van de andere zijde komen precies dezelfde geluiden. Het blijft niet bij geluiden – aan beide zijden vallen honderdduizenden doden. Poonja vertelt dat hij een innerlijk gevoel [2] had gevolgd dat hem zei dat hij in een wagon moest gaan zitten die geheel met moslims gevuld was, ondanks het feit dat hij uiterlijke kenmerken van een hindoe vertoonde. Die bleven onopgemerkt, en de wagon kwam ongedeerd in de westelijke helft van de Punjab aan – onderweg waren echter wel alle mensen in de hindoe-wagons met mitrailleurs gedood. Poonja beschrijft hoe hij er daarna werkelijk in slaagt om zijn familie in veiligheid te brengen.

 

Wat ik het mooie en inlichtende bij dit verhaal vind is dat in de beschrijving hierna (in een boek met de titel Nothing Ever Happened) met geen enkel woord wordt gerept over dat deze ervaring toch eigenlijk maar een droom is (of was), of ‘illusie’, of ‘nooit gebeurd’, en dat je dit alles dus niet helemaal serieus hoeft te nemen omdat dit nou juist niet werkelijk was. Nee, het blijft een heel gewone vertelling over waargebeurde zaken. Ik noem dit een gebruiksaanwijzing.

 

NOTEN

1.  Nothing Ever Happened, Vol. One, door David Godman. Boulder, CO: Avadhuta, 1998.

2.  Dit gevoel werd door hem geïnterpreteerd als een beschermende aanwijzing van Ramana, maar om misverstand te voorkomen (alsof dit het was wat ik bedoel met ‘gebruiksaanwijzing’), heb ik het hier een ‘innerlijk gevoel’ genoemd.

 

 

maandag 27 april 2026

                                                                                                                                      (Adrian Allinson)

 Over Dit

en over Dat wat Dit zo werkelijk maakt


door Philip Renard

 

Hier gaat het om, wat mij betreft. ‘Dit’ moet echt herkend worden, opdat deze herkenning dan ook twijfelloos kan worden.

            Dus ook nu de vraag: ‘Wat is Dit?’

            Mentaal kan deze vraag natuurlijk niet beantwoord worden. En toch blijkt het voor te komen dat mensen die begrijpen dat dit niet mentaal beantwoord kan worden, toch heel vlot blijven door-redeneren, zonder dat gevoeld kan worden dat het wonder van het huidige herkend is. Het ‘snappen’ van de vraag leidt vaak tot verdergaan. ‘Snappen’ (‘het kwartje viel’) laat vaak zien dat het ‘reeds bekend’ is – en dat het nog steeds in een reeks zit, met daarin uiteraard een volgende stap.

 

Het zit dan als ’t ware al ‘in je zak’. Terwijl je het nou juist niet in je zak hebt! Dat is het hem juist! Je zakken blijken vol gaten te zitten; alles valt uit je handen, en ook uit je zakken.

 

En toch, als je je hier gewoon helemaal aan wijdt, word je steeds stelliger.

            Als een rots.

            De term kutastha, die ‘als een rots’ betekent, wordt hier vaak voor gebruikt. Het duidt aan dat het dan zo stevig is dat het door geen enkele bewering of redenering kan gaan wankelen of terugdeinzen.

 

Bevestiging helpt wel. Met name de bevestiging van de leraar. Hij laat zijn stempel steeds opnieuw op dezelfde plek neerkomen. Zo word je gaandeweg op je ware plaats gestempeld, op je oorspronkelijke, altijd-vrije en locatieloze ‘plaats’.

 

Vrijheid blijkt hetzelfde te zijn als Werkelijkheid. Zodra de werkelijkheid een beperkt soort blijkt te zijn, met ‘jouw werkelijkheid’ tegenover ‘mijn werkelijkheid’, dan kun je meteen voelen of zien dat deze veronderstelde werkelijkheid in feite niet echt vrij is.          

 

Wat zit er dan in deze waarachtige Werkelijkheid waardoor we meteen kunnen merken dat dit echt hetzelfde is als vrijheid?

            Zodra je vraagt naar wát het in dit huidige beleven is dat ervoor zorgt dat het als werkelijk wordt herkend (of ‘gevoeld’), kun je zien en voelen dat het hier een soort ‘onontkoombaarheid’ betreft, iets in het huidige beleven wat al helemaal los staat van de fascinerend-afwisselende inhoud en de vibrerend-wisselende vorm van de huidige beleving. Wat Beleving op zich (dat wil zeggen los van inhoud en vorm) zo werkelijk maakt is exact het ‘aan-niets-vastzittende’ element erin. Er kleeft nog helemaal niets, of niets meer.

 

Los. Een gewoon woord. Gangbaar, onbelangrijk ogend.

            Los. Zodra je vraagt naar wat ‘Dit’ zo echt maakt, valt alles los in je. Geen enkel iets blijkt aan iets anders (dat wil zeggen aan een ander ‘iets’) gekoppeld te zijn, of vast te zitten. Het veel voorkomende idee dat je nog afstand moet nemen, of een ‘getuige-positie’ moet innemen, is een vergissing. Geen afstand wordt gevraagd – alleen herkenning van het reeds los staan.

 

‘Werkelijkheid’ is ook al zo’n gewoon woord. Het wordt vaak gebruikt. Maar het wordt vrijwel nooit gebruikt voor het Wonder, het Onbevattelijke dat huidig beleven en huidig zien mogelijk maakt, en dat laat voelen dat het al vrij is.

            Vandaar de vraag: hoe kan het herkennen van Werkelijkheid worden tot een rotsvastheid, een onomstotelijkheid? Wat is het punt waardoor het als twijfelloos ervaren kan worden?

 

Iets (namelijk de herkenning) moet steeds herhaald worden, steeds opnieuw herhaald, om te ontdekken dat in Werkelijkheid geen enkele herhaling zich afspeelt. Alles is in Werkelijkheid nog zonder verleden, zonder enige mogelijkheid van ‘eerder’, ‘opnieuw’, of ‘reeds bekend’.

            Wat je herkent is altijd hetzelfde, het neemt niet toe en het neemt niet af. Er is geen oud, geen nieuw. Het blijkt niet te kunnen veranderen.

 

Hierdoor blijkt alle verschijning nieuw te zijn. ‘Kersvers’ noem ik het vaak. ‘Nooit eerder gebeurd’. Het huidige beleven is een constant-vrije uitdrukking van Dat wat geen nieuw of oud kent. ‘Dit’ is hier een woord voor.

            Overigens is ‘Dit’ niet “alles wat er is”, zoals dit wel eens door sommige moderne sprekers wordt omschreven. ‘Dit’ is weliswaar groots, ja zelfs ongelooflijk, maar het blijft de beleefbare, voelbare uitdrukking van het Uiteindelijke, het aan alle woorden voorafgaande Onbenoembare, dat ik graag ‘Werkelijkheid’ noem – en ook wel ‘Dat’.

 

Zodra je jezelf vraagt ‘Wat is dit?’, dan kun je onmiddellijk opmerken dat geen enkel weten overblijft. Op deze vraag is al geen antwoord mogelijk. Je bent al oog in oog met het niet-specifieke, met het niet-meer-benoembare – met Niet-weten. In ‘dit’ is alles al opgehouden, elke vorm van interpretatie, elke manier om ‘dit’ nog een specifieke invulling te geven. Je kunt ‘dit’, of ‘Dit’, al Wonder noemen. Eigenlijk ben je al oog in oog met vrijheid.

 

En toch blijkt er nog steeds een verschil opmerkbaar te zijn. Ik noem dit graag ‘het verschil tussen het Verschilloze en de allersubtielste verschillen’. Ik beschouw het zien van dit verschil als het belangrijkste wat er ‘gedaan’ kan worden. Dit is wat mij betreft de kern van de zaak.[*]

           

Hoe kun je dit verschil opmerken?

            Door jezelf nu de vraag te stellen:

            Wat maakt ‘Dit’ zo werkelijk? Wat zorgt ervoor dat ‘Dit’, de huidige Beleving, als zo echt, zo werkelijk wordt beleefd?”

 

[*]  Je kunt zo’n uitdrukking als ‘de kern van de zaak’ uiteraard meteen aanvullen met een iets andere nadruk. Zo beschouw ik twee korte uitspraken als ‘het meest de kern van de zaak betreffend’ van alle uitspraken. Allereerst een door Huineng en Shenhui beroemd geworden uitspraak in de Diamant Soetra, in § 10, althans de Chinese versie (xin wu suo zhu): “Laat geen enkele gedachte ergens aan vastkleven (zhu; Sanskriet prati-shthita)”. Met andere woorden, gedachten op zich zijn het probleem niet, maar wel het laten vastkleven van gedachten aan ‘iets’ (meestal aan een reeks). Advaita-leraar Poonja leerde deze passage ooit kennen, en hij benoemde het als ‘laat geen gedachte ergens op landen’.

            De andere uitspraak komt op hetzelfde neer. Dat is de eveneens beroemd geworden en vaak geciteerde uitspraak van de maha-siddha Tilopa (988-1069). Tegen zijn leerling Naropa zei hij: “Je wordt niet gebonden door wat je denkt of beleeft, maar door je vastkleven eraan. Snij dus je vastkleven door, Naropa!”

dinsdag 3 februari 2026


                                                                                                                                                                                                                                                    (Philip Renard 2013)

Luisteren

 

    door Philip Renard

 

Als je nu luistert, beste vrienden,

luistert naar Dat wat jou nu in staat stelt

om mee te maken,

    louter mee te maken,

dan kun je waarschijnlijk gemakkelijk opmerken

dat dit eigenlijk heel bijzonder is –

waarschijnlijk ook dat dit nét grootser is

en groter en vooral werkelijker

dan de trilling of beroering of beklemming

die vol suggestieve associaties is die

(vanwege berichten over gevaar)

kunnen opduiken en je innerlijk kunnen meesleuren.

 

Inderdaad, deze tijd is verschoond

van enige zekerheid of geruststelling.

Deze tijd lijkt wel ‘rauw’ te zijn,

      vlakbij       (ondanks de fysieke afstand),

maar dat is misschien juist een gelegenheid

om iets directer in contact te komen met

Dat wat je werkelijk bent.

 

Wat ik met luisteren bedoel is een luisteren

naar het meest echte, werkelijke dat jij bent.    

     ‘Je ware natuur’ noem ik het vaak,

maar elke uitdrukking kan snel een cliché worden,

waardoor je niet meer komt tot

het luisteren ernaar.

 

Het luisteren waar ik het over heb is niet

het luisteren naar een ander, of naar een herinnering

of een ‘troost’.

    Ik bedoel luisteren naar Jezelf,

naar Dat wat werkelijk van binnenuit

jou constant licht verschaft,

wat constant, continu, huidig, kennen mogelijk maakt,

geheel voorafgaand aan enige invulling van dat kennen.

 

‘Kennen’ is voor velen een raar woord,

heb ik wel eens gemerkt.

‘Meemaken’ klinkt veel gewoner. Ik bedoel

met beide termen eigenlijk precies hetzelfde.

Beide woorden duiden Dat aan wat

‘het wezen van het wezen’ is,

de essentie van de essentie’.

De taal houdt hier op, omdat juist het

‘meemaken’ oftewel ‘kennen’

er eerst moet zijn voordat je één woord

kunt noemen.

 

Kennen oftewel meemaken heeft niets koels hoor.

Soms beluister ik wel eens iets waarin

een snakken doorklinkt naar andere termen.

‘Het hart’, ‘liefde’, ‘mededogen’ enzovoort.

Zodra je echt luistert naar Dat wat jou

doet kennen, wat voor jou elk meemaken

mogelijk maakt, zul je wellicht tranen voelen

opwellen, zul je geraakt worden door het

ongelooflijk grootse, het onpeilbare geschenk

van Licht en Liefde dat binnenin

dit ‘doodnormale meemaken’ vervat zit.

De grootsheid  van je eigen vermogen tot kennen,

ja, Kennen-op-zich,

dat is zo onmetelijk groots, en zo

ongelooflijk zacht en lieflijk!

 

Als je nu luistert,

naar Dat wat ‘dit’ zo echt maakt, zo werkelijk,

dan kun je meteen zien, of voelen,

dat ook ‘dit’ (dwz. zonder enige invulling van ‘dit’,

dus nog geen sprake van bijvoorbeeld beklemming)

eigenlijk nog niet verschilt van

Dat wat dit zo echt maakt, zo werkelijk.

 

Je kunt niet roepen: ‘Wees niet bang!’

Nee natuurlijk niet. Die trilling was al opgekomen

voordat je op het idee kwam om iets te roepen

als poging om dit te bedwingen.

Vandaar mijn uitnodiging om te zien

wat Dat is wat al voorafging aan die trilling.

Wat is Dat wat dit allemaal kent, ziet, meemaakt?

 

Wees gezegend in Dat,

in Dat wat je bent.

  

zondag 4 januari 2026

                                                                                                                                                                                                                                                              (Nils Kreuger, 1910)

 Het Heilige eerst

vandaar ‘Heilige Volgorde’

 

door Philip Renard

 

Een wezenlijk aspect van alle onderricht is voor mij de ‘Heilige Volgorde’. Nog afgezien van een mogelijke verwondering over de aanduiding ‘heilige’ zou iemand zich af kunnen vragen: hoezo volgorde? Er zijn namelijk mensen die zeggen: “ ‘Dit’ is alles wat er is. Wat zou in ‘dit’ een volgorde kunnen zijn?”

 

Ik beschouw ‘dit’, de huidige beleving, niet als ‘alles wat er is’, maar louter als de huidige vorm van het verschilloze en tijdloze ‘Dat’. Ook zie ik dat in vrijwel iedereen na een geloofwaardige beleving van ‘dit’, van vrijheid, toch nog onvrijheden en begoochelingen kunnen optreden. Vandaar dat ik het vaak als terecht kan ervaren om enige aandacht te schenken aan de in de psyche aanwezige inhoud, met alle emoties en verhalen, en overtuigingen zoals ‘ik heb gelijk’. Wel is het natuurlijk zo dat juist deze inhoud ervoor zorgt dat we heel snel door de verhalen erin gefascineerd raken, en vaak ook eraan vastgekleefd blijven. Met name de emotionele lading die voelbaar is in onze psychische inhoud, in onze verhalen, zorgt op een blinde manier voor een verstrengelend effect, waarbij we ons helemaal met de inhoud identificeren. Vaak kun je dan niet eens ontwaren dat je iets anders zou zijn dan deze emotionele inhoud.

            Vandaar dat ik steeds opnieuw uitnodig om een onderbreking toe te staan in de reeksen verhalen en overtuigingen die zich aandienen. Zo maar even onderbreken, een gat laten vallen in een aan elkaar geregen keten van fascinerende verhalen. Zodra je het gat werkelijk toestaat, zul je kunnen merken dat de tijd even ophoudt, of zelfs ‘nog nooit heeft bestaan’. Het gat bevat nog geen verleden en toekomst, en ook geen ‘nu’ – het is leeg, ook wat betreft de tijd. Vandaar dat je, zodra je weer opnieuw gedachten en emoties op laat komen, kunt spreken in termen van ‘nu begint het pas’, of ‘ik zie dit voor het eerst’. Doordat de onderbreking in feite tijdloos was en is, is het huidige object het ‘eerste’ object – kersvers.

 

Je kijkt dan vanuit het Tijdloze, wat hetzelfde is als het Verschilloze. Dat kent nog geen enkel verschil, dus ook nog geen enkele twijfel of dilemma. Ook al rijst nu een twijfel op, je kijkt al vanuit het Twijfelloze. Het zien dat dit het geval is, dat je nu al kijkt vanuit Dat, beschouw ik als van het grootste belang. Zo kun je dit steeds meer gaan waarderen. Op deze manier blijf je steeds minder aan een twijfel of emotie vastkleven. Zodra dat vastkleven wél gebeurt, en je zelfs verzwolgen lijkt door een emotie, kun je toch meteen weer een onderbreking toestaan.

           

Gaandeweg dringt tot je door dat deze twee manieren van kijken niet op een willekeur gebaseerd zijn, alsof het gewoon twee werelden zijn die elkaar nou eenmaal afwisselen, met een geloofwaardigheid die niet veel van elkaar verschilt. Nee, je ziet dan dat er wel degelijk een soort hiërarchie is, een hiërarchie wat betreft innerlijke waarde.[*] Het is een volgorde die verwoord kan worden als: ‘Eerst het wezenlijke, het lege en waardevolle, en daarna de verschijningsvormen die zich erin aandienen.’ Je kunt dan zien dat deze volgorde volkomen terecht is.

            Wat deze zo terecht maakt is dat het wezenlijke, wat je ware natuur is, nog helemaal geen persoonlijke kleur heeft, nog geen enkele invulling of inkleuring – laat staan een mening of oordeel. Vandaar dat ik het een ‘Heilige’ Volgorde durf te noemen. ‘Heilig’ is datgene wat nog geen persoonlijk aspect heeft, waar niets individueels een bepalende rol speelt of een belang bij kan hebben. Ja, vooral het element van ‘belang’ (wat vaak neerkomt op eigenbelang), dat is vooral het punt. Het ontbreken van belang verdient een aanduiding als ‘heilig’.

            Vandaar de uitnodiging: herken eerst je ware, niet-persoonlijke natuur, en kijk van hieruit naar je persoonlijke aspecten.



[*]  Ik wil hier graag benadrukken dat het woord ‘hiërarchie’ wat mij betreft uitsluitend bruikbaar is zolang hierin geen enkel element van macht aanwezig is. Geen verfijnd soort Paus, Opperrabijn of Ayatollah mag hier een rol in spelen. Geen enkel mens staat boven jou. Geen mens is heilig. Het woord hiërarchie betekent letterlijk ‘het heilige eerst’, dat wil zeggen ‘Niet-persoon eerst’.

dinsdag 5 augustus 2025

 

 

Over ‘ego

en het realiseren van Waarheid

 
 door Philip Renard

                                                                                          

Hierbij wil ik uitnodigen om de aandacht eens te laten uitgaan naar het fenomeen ‘ego’. Iedereen heeft uiteraard van dit fenomeen gehoord, en waarschijnlijk ook gemerkt dat het in geestelijke kringen veelal wordt aangezien voor een vijand, of zelfs ‘de vijand’. Regelmatig kom je aanbevelingen tegen om je uiterste best te doen dit ego te verwijderen, of zelfs te vernietigen.

            In feite is onze ‘individuele uitdrukking’, die toch iets te maken moet hebben met een zekere bundeling of beperking, nog niet per se een vorm van gebondenheid, of vastgekleefdheid. Uitdrukking waarbij steeds opnieuw, dwars door de vormen heen, van binnenuit opmerkbaar blijft dat vrijheid het geval is, kan beschouwd worden als een ‘Verrijking van de Werkelijkheid’. Zo wordt het wel genoemd in dzogchen-teksten. Daarin wordt het ook wel ‘ornament’ genoemd. Als je uitdrukking waarlijk een ornament is, zonder ergens aan vast te blijven kleven, is de term ‘ego’ bijzaak geworden. Er is geen pantsering, geen eigenbelang, geen voorbereiding op een verondersteld gevaar of vijand.

 

 

Hierbij een schets van wat ik bedoel.[1] Bovenin zie je de Verschilloze Essentie, als het onscheidbare tweetal, papa en mama, zonder enige tweedracht en volledig gelijkwaardig – Yab-Yum. Dit duidt op het onscheidbare van Leegte (Niet-weten) en Bewustzijn (Kennen). Hun onverbrekelijkheid maakt het mogelijk dat zonder enige obstructie fenomenen oprijzen, steeds opnieuw, als witte schuimkoppen in de donkere branding bij nacht. Fenomenen zoals ook ‘ego’-uitingen. Ze rijzen op. Beperkingen rijzen op, zomaar, zonder enig verleden of oorzaak. Dit wordt vaak ‘spontaan’ genoemd, dit ‘zo maar oprijzen’. Niets of niemand ‘schept’ dit. Het is de onbelemmerde Uitdrukking van het Verschilloze Lege Kennen. Gedachten, ego-vormen, tijdelijke afschermingen, bloesems, krampen, vruchten: ze rijzen op – om later ook weer op te lossen in het Verschilloze Lege Kennen.

            Onderin de driehoek zie je vanuit de punt een spiraal, die de Uitdrukking voorstelt. De Uitdrukking kan vormen aannemen die zich ver verwijderen van de Verschilloze Driehoek en vervuld blijven van ego – desondanks blijft iedere seconde het herkennen van de Essentie (Kennende Leegte) mogelijk. In de tekening zie je dit aangeduid door talloze driehoekjes, die laten zien dat dit nooit een ‘weg terug’ betreft, maar een onafgebroken mogelijkheid om nu, in Dit, je ware natuur te herkennen, de Alles-includerende Volledige Driehoek. De kleine driehoekjes zijn steeds opnieuw ‘Dit’ – steeds kersvers.

 

‘Ego’ is in feite een klein fenomeen, dat door het erdoor gefascineerd-worden een verbeelding kan koesteren van groot en overweldigend, vooral vanwege de emoties rondom verleden. Met name pijn die lang is opgespaard kan ieder moment een grote geloofwaardigheid krijgen, zeker als iets getriggerd wordt. Dat is niet meteen af te doen als ‘alleen maar illusie’; ik vind dat iemand in pijn respect verdient. Ook al blijft het gelden dat pijn zich afspeelt in puur Licht en Kennen, het is niet iets wat zomaar is opgelost. Vandaar de noodzaak om steeds opnieuw te kijken, middenin elke emotie.

            Het ego kan zich hierbij blijven samentrekken. Je kunt er last van hebben, en uiteraard ook van dat van anderen; daardoor kan het moeilijk zijn om het ego mild te beoordelen. Toch is de waarheid hierover wat mij betreft niet een kwestie van zwart of wit – het verdient een waarachtige nuancering. De samenhang tussen ego en vrijheid (en de zogenaamde vrije wil) voelt als een paradox, als iets wat niet redelijkerwijs kan worden begrepen. Graag laat ik Atmananda aan het woord om hierover iets te zeggen dat als een frisse blik kan voelen:

 

“Zelfs het zo vaak verachte Ego is een grote hulp voor het realiseren van de Waarheid. De aanwezigheid van het Ego in de mens is oneindig beter dan de afwezigheid ervan, zoals bijvoorbeeld in het geval van een boom – ook al blijft het Ego iets wat je een vervorming zou kunnen noemen. (...) Vandaar dat je kunt zeggen dat het Ego in zekere zin zelfs het primaire verantwoordelijke element is voor de realisatie van de Uiteindelijke Waarheid.” [2]

 


 [1]  Zoals ik al vaak heb geschreven bij een poging tot het afbeelden van iets van de psyche: dit is natuurlijk onmogelijk, maar voor heel even kan het toch dienend zijn. Vandaar dit plaatje.

 [2 Notes on Spiritual Discourses of Sree Atmananda (of Trivandrum) 1950-1959. Opgetekend door Nitya Tripta. Trivandrum (Kerala): Reddiar Press, 1963; p. 191. In de tweede editie (erg goed geredigeerd door Ananda Wood); Salisbury (uk): Non-Duality Press, 2009; no. 512 (in het tweede van de drie delen).


Noot: Het schilderij bovenin is van Baldessari (met dank aan Nina Wevers, die het auteurschap in haar opmerking aanreikte).

zondag 13 oktober 2024

                                                                                                                                                                                                        (afbeelding Ike Renard-Brave)

 Slechts twee factoren

            door Philip Renard                                                              


Voor zover ik kan zien bestaat onze geboorte eigenlijk uit slechts twee factoren. Deze twee zijn reeds als embryo een mengvorm aangegaan, als we het zo mogen uitdrukken. De twee factoren zijn:

 

(1) Oningevuld Bewustzijn, dat als onze ‘ware natuur’ vanaf de geboorte altijd al, a priori, verlicht is. Het is kennend, verschilloos, leeg, onbeperkt en onbesmet – met andere woorden, het behoeft nooit enige zuivering;

 

en (2) een soort ‘pakket’ van inhoud, van een fascinerende wereld van verschil, dat misschien wel het best kan worden aangeduid als ‘karmisch’: een raadselachtig pakket dat uit krachtige, latente geneigdheden bestaat. Wij hebben dit pakket leren aanduiden als ‘de persoon’. Jij bent dit pakket weliswaar niet, maar je hebt hier zo veel mee te maken dat je kunt zeggen dat het wel ‘bij je hoort’.

            Pijn is waarschijnlijk de beste aanduiding van de kern van dit pakket – en de stuwkracht van de geneigdheden bestaat uit een emotionele reactie op deze pijn. Altijd gaat deze reactie uit van relatie met ‘anderen’: de pijn is dat anderen ooit gewonnen of vernederd hebben, en de emotionele reactie is de drang om nu eindelijk zelf te winnen of te kunnen vernederen (of af te wijzen). Zo vormt bijvoorbeeld wraak een van de meest voorkomende vormen van de reactie, ook al wordt dit in de meeste gevallen verhuld of slechts als innerlijke emotie bewaard, of opgespaard.

            Dit pakket zou je ook je ‘baksel’ kunnen noemen. Zo zit jouw geconditioneerde persoon nou eenmaal in elkaar, al vanaf de geboorte.

           

Desondanks blijft het in (1) genoemde altijd-vrije Bewustzijn constant je ware natuur, en blijft het ook de ware natuur van dit baksel, van dit inhoudelijke pakket. Het vormt er elke seconde het kennende, ervarende element in. Het kennende, inhoudsloze element in ons blijft altijd vrij en raakt nooit afgeleid. De uitnodiging in dit geboren-zijn zou je kort kunnen samenvatten als:

            Herken het kennende element middenin (of binnenin) het inhouds-element. Elk moment dat je kijkt zit in het kijken het kennende element al vervat – onafgebroken. Dit is zó gewoon voor de mens dat hij hier ‘gewoonlijk’ overheen kijkt. Het huidig-kennende wordt bijna nooit als iets bijzonders gezien, laat staan als ‘groots’.

            Ik durf te zeggen dat het kennende groots is, want het is de ingang tot vrijheid. Het bevat alles, ook al is het zelf ‘niet-iets’. Het ziet, het kent, het voelt, het zorgt er constant voor dat je allerlei beleeft. Binnenin alle beleving is het kennende (wat louter Bewustzijn is) het bevrijdende element.

 

Bevrijdend van wat? Van de geloofwaardigheid van jouw individuele karmische pakket, van je hele psychische inhoud. Van alle kleuring, alle vooringenomenheid, alle ‘weten’. Uiteindelijk komt het neer op de bevrijding van alle strijd, hoe subtiel ook. Deze bevrijding behoeft geen methode, geen ‘aanpak’. Alles wat nodig is is dat je kijkt, dat je licht schenkt.

            Herken dit licht-schenkende. Steeds opnieuw, en vaak. Altijd huidig. Dit is alles wat je te doen hebt. Al het andere is bijzaak.