dinsdag 1 mei 2018



Satsang en oprechtheid

Satsang is een vorm van samenzijn die je het best kunt omschrijven als ‘de uitnodiging tot het zien van wie je bent’. Niet een zoektocht naar wie je als persoon bent, maar een directe herkenning van wie of wat je werkelijk bent, dieper dan je persoonlijke talenten en eigenschappen.
            Wat je bent is eigenlijk Werkelijkheid op zich. Weliswaar is heel veel in de psyche onwerkelijk te noemen, een versluierende wolk van aan elkaar geregen conclusies, maar dat wat dit voortdurend kan opmerken is altijd echt en altijd vrij. Dat is louter zien, puur Bewustzijn. Het schenkt voortdurend licht, terwijl het zelf niet-iets is, helemaal leeg en niet-wetend. Dat ben jij.
          Satsang kun je een bloot onderzoek noemen. Het gaat namelijk alleen maar om de niet-aangeklede ‘kern van de zaak’, en het zelf realiseren daarvan. Dus de meeste bijzaken zullen er geen plaats in vinden. Vandaar dat ik oprechtheid beschouw als het belangrijkste ingrediënt om aan een satsang deel te nemen. Een totale, oprechte belangstelling en liefde voor de waarheid. Als alles bloot mag komen, kan gezien worden dat jijzelf uit licht bestaat.

maandag 26 maart 2018


De Verkondiging

Ja, de Verkondiging. Die blijft altijd geldig. Eind jaren zeventig tekende ik die heel vaak, en af en toe maakte ik ook iets in olieverf of acryl. Eigenlijk is het zo dat, op één acrylschilderij na, alleen de tekeningen ervan voltooid zijn. Ik toon hier een aantal, samen met het schilderij. In één tekening (hierboven afgebeeld) is het roze een beetje verbleekt; ik zal het bijkleuren.
            Ook voeg ik een paar andere tekeningen toe uit diezelfde tijd. Zoals Pentjak Silat,* een Javaanse vechtkunst, waar ik me toen een tijdlang aan gewijd heb.
           
En een Uitdrijving. Waar een Verkondiging is, lijkt een Uitdrijving niet ver weg. Ook andersom geldt dat, vermoed ik.
            Wie verkondigt? Wie drijft uit?
            O, dat dat allemaal af te beelden is!


Tegenwoordig gespeld Pencak Silat.
 
P.S. De internationale feestdag van de Annunciatie (Verkondiging) blijkt 25 maart te zijn. Ik wist dat niet. Weliswaar is dit stukje op het blog gedateerd 26 maart, maar het is geschreven op  25 maart.


  
 




woensdag 25 oktober 2017


Een boeket boekomslagen
Een jarenlange liefde voor het boek en zijn vorm

Ik heb zin om weer eens eigen vorm te laten zien. Boekomslagen in dit geval. Een jaar geleden plaatste ik hier al een overzicht van mijn omslagen voor de Kwintessens-serie van de Bezige Bij, en nu wil ik graag een selectie tonen van mijn overige omslagen. Hierbij, als een losjes gerangschikt boeket:



 
 

 

 



1.  Nisargadatta Maharaj, Zelf-realisatie. Gesprekken met Shri Nisargadatta Maharaj over onze natuurlijke staat. Redactie Alexander Smit en Philip Renard. Altamira, Hillegom, 1988. Vertaling van The Nectar of the Lord’s Feet (1987). Omslagletter Times New Roman. Tweede druk in 1997, met andere omslag (zowel omslag in ‘Vedanta-reeks’ als losse kleurenfoto-stofomslag zonder letters – voor ‘Vedanta-reeks’ zie nr. 9, John Levy, 1992).
2.  Harry Mulisch, Paniek der onschuld. De Bezige Bij, Amsterdam, 1979. Omslagletter Modern No. 20.
3.  Wolfgang Borchert, Hans Jahnn enz., 8 duitse verhalen. De Bezige Bij, Amsterdam, 1966. LRP 177. Eigen tekening op omslag; omslagletter smalle Grotesque-achtige kapitaal en Monotype Garamond cursief.
4.  Gerard den Brabander, Verzamelde gedichten. De Bezige Bij, Amsterdam, 1966. LRP 162. Eigen foto op omslag (vanuit mijn toenmalige zolderkamer in Gerard Doustraat); omslagletter Clarendon Bold Condensed.
5.  Harry Mulisch, De verteller, of een idioticon voor zegelbewaarders. De Bezige Bij, Amsterdam, 1978. Ook gebonden editie. Omslagletter Times New Roman.
6.  Philip Renard, Jezus spreekt. De toespraken en dialogen van Jezus Christus volgens de evangeliën van Marcus, Matteüs, Lucas en Johannes. Karnak, Amsterdam, 1983. Omslagletter News Gothic. Schildering door Vincenzo Foppa (1430-1515).
7.  Alexander Smit, Bewustzijn. Gesprekken over dat wat nooit verandert. Redactie Nardy de Nijs-van Aggelen en Philip Renard. Altamira, Heemstede, 1990. Gebonden. Omslagletter eigen getekende kapitaal; deze ook gebruikt voor het bandstempel. Op omslag schilderij van G. Peter. Vierde druk in 2010.
8.  Vragenlijst Drug-gebruik. Samenstelling Herman Cohen, Universiteit van Amsterdam, 1966 [of 1967]. Omslagletter Gill.
9.  John Levy, Non-dualiteit. Het wezen van de mens volgens de Advaita Vedanta. Altamira, Heemstede, 1992. Tweede druk van Het wezen van de mens volgens de Vedanta, uit 1972. Vertaling van Levy’s The Nature of Man According to the Vedanta. Londen, 1956. Eindredactie Philip Renard. Omslagletter Schneidler Old Style. Deze omslag is hierna ook gebruikt voor Altamira’s ‘Vedanta-reeks’, behalve de toepassing van de Schneidler-letter. Deze reeks betreft: Nisargadatta’s De Ultieme Werkelijkheid (1992), Jean Klein’s Wie ben ik? (1993), Alan Watts’ Zelfkennis, het laatste taboe (1993), H.W.L. Poonja’s Oog in Oog (1994), Nisargadatta’s Bewustzijn en het Absolute (1996), en de herdruk van Nisargadatta’s Zelf-realisatie (1997). Ontwerp van binnenwerk van een aantal van deze boeken is gebaseerd op de typografie van Zelf-realisatie en Bewustzijn.
10.  Hanneke Korteweg-Frankhuisen, Geest & drift. Als hoogste weten en laagste wensen samenkomen. Servire, Cothen, 1993. Eigen tekening op omslag; omslagletter Swift.
11.  Alexander Smit, Het Directe Pad. [Gesprekken over] de kwintessens van het onderricht. Altamira, Heemstede, 1997. [Teksthaken in ondertitel vanwege ontbreken van eerste gedeelte op de titelpagina.] Gebonden. Omslagletter Schneidler Old Style; deze ook gebruikt voor het bandstempel.
12.  Leonardo da Vinci, Profetieën. Vertaling Harry Mulisch. De Bezige Bij, Amsterdam; gepland voor 1979. Gebonden. Omslagletter ATF Caslon Antique. Niet gepubliceerd; wel dummy gedrukt.
13.  Atmananda (Krishna Menon), Atmananda Upanishad. Vertaling van Atma Darshan & Atma Nirvriti, door Wolter Keers en Philip Renard [onder pseudoniem Kutasthananda]. Upanishad Uitgeverij, Urk, 1994. Gebonden. Naast het hier getoonde bandontwerp ook stofomslag. Letter van bandstempel: Van Dijck.
14.  Ramana Maharshi, Ramana Upanishad. De verzamelde geschriften van Ramana Maharshi. Samengesteld en vertaald door Philip Renard. Servire, Utrecht (& Felix, Cothen), 1999. Gebonden. Ook bandontwerp. Omslagletter Schneidler Old Style; deze ook gebruikt voor het bandstempel. Eigen lijntekening van OM-teken. Tweede druk (Felix, Cothen) in 2007, met andere omslag (van Mark Schalken, met omslagletter Renard).
15.  Philip Renard, Non-dualisme. De directe bevrijdingsweg. Felix, Cothen, 2005. Omslagletter Schneidler Old Style. Omslagillustratie eigen logo (van Stichting Advaya). Tweede (gewijzigde) druk in 2010.
16.  Simon Vinkenoog, Wonder boven wonder. Gedichten 1965-1971. De Bezige Bij, Amsterdam, 1972. LRP 399. Omslagletter Van Dijck cursief; schildering van zoon van Simon Vinkenoog.
17.  Eva Pierrakos, Pad-werk: werken aan jezelf of juist niet? Samengesteld door Philip Renard; ook vertaling van enige hoofdstukken (Pad-lezingen). Ankh-Hermes, Deventer, 1987. Eigen tekening op omslag. Omslagletter Plantin. Achtste druk in 2007.
18.  Philip Renard, 22 jaar Pad-lezingen in vogelvlucht. Uitgeverij De Lachende Pad, Utrecht, 1989. Spiraalband-uitvoering. Op omslag eigen zwart-wit-tekening en logo. Omslagletter eigen getekende kapitaal.
19.  Adriaan Morriën, Het gebruik van een wandspiegel. De Bezige Bij, Amsterdam, 1968. LRP 253. Op omslag is een kapitaal gebruikt van Théophile Beaudoire uit 1858, die aanwezig was bij drukkerij Mouton in Den Haag. Voor gebonden editie deze belettering ook als bandstempel.
20.  Ewald Vanvugt, Buiten zinnen. De Bezige Bij, Amsterdam, 1972. LRP 389. Met zwart-wit tekeningen; deze ook op omslag (goud) en binnenplat.
21.  Randstad 11-12. Manifesten en manifestaties 1916-1966. Samengesteld door Simon Vinkenoog. De Bezige Bij, Amsterdam, 1966. LRP 199. Op omslag tekening in ‘driekleurendruk’.
22.  Ewald Vanvugt, Mijn vrouwen. De Bezige Bij, Amsterdam, 1967. LRP 152. Omslagletter Rosart kapitaal. Alleen als dummy gedrukt (het boek is met andere omslag gepubliceerd).
23.  Philip Renard (vert.), Het Evangelie van Philippus. Karnak, Amsterdam, 1985. Vertaling voornamelijk vanuit de Engelse vertaling van Wesley Isenberg (The Nag Hammadi Library in English. Leiden, 1977). Omslagletter Caslon. Tweede druk in 1994.
24.  Simon Vinkenoog, Zolang te water. Een alibi. De Bezige Bij, Amsterdam, 1969. LRP 302. Negende druk (eerste druk 1954). Omslagletter Rosart kapitaal.
25.  Skoop. Filmtijdschrift. Jaargang III, nr. 1 (dit is eerste nummer van jaargang III, 1 t/m 10; mei 1965 t/m juli 1966). De Bezige Bij, Amsterdam. Eigen logo.
26.  Hugo Claus, Harry Mulisch, enz., Reconstructie. Blauwdruk van een opera. Een moraliteit. De Bezige Bij, Amsterdam, 1969. Op omslag getekende letters, met lijntekening.
27.  Philip Renard, Het Boek van Besef. Over de werkelijkheid van ‘jezelf’. Juwelenschip, Cothen, 2014. Omslagletter Janson Text; eigen foto op omslag.
28.  Simon Vinkenoog, Vogelvrij. Bouwstenen 1963-1967. De Bezige Bij, Amsterdam, 1967. LRP 231. Tekening op omslag: uit Het wondere onderzoekingsveld der vlakke meetkunde, door A.E. Bosman (Breda, 1957).  Letter op omslag, of eigenlijk op de rug: Bodoni Smal vet. Opgenomen in De best verzorgde vijftig boeken van het jaar 1967. Tweede druk in 1968.
29.  Ewald Vanvugt, La ilaha illala. Paul Brand, Bussum, 1971.  Omslagletter eigen ontwerp, uitgaand van Arabisch schrift.
30.  Adin Steinsaltz, De dertienbladige roos. De essentie van het joodse geloof. Karnak, Amsterdam, 1983 (vertaling van The Thirteen Petalled Rose. New York, 1980). Eigen lijntekening van ‘logo’ (opgebouwd uit 13 Hebreeuwse jod-lettertekens) op omslag. Omslagletter News Gothic.

dinsdag 12 september 2017



‘Ik’ is een deur nu in het Engels

Vorige week werden de eerste exemplaren bezorgd van ‘I’ is a Door, de Engelse vertaling van ‘Ik’ is een deur die in India is gepubliceerd.
            Voor mij een feestelijk moment: mijn eerste boek in het Engels. Als artikelen waren de vier hoofdstukken al wel verschenen in de Mountain Path, het tijdschrift van de Ramana-ashram, maar als boek (of eigenlijk boekje, namelijk 96 pagina’s) voelt het toch weer helemaal nieuw.

Het boek gaat over het bijzondere gegeven dat de term ‘ik’, die in veel geestelijke teksten wordt gebruikt voor het ego dat eigenlijk overwonnen of zelfs vernietigd zou moeten worden, door de grote advaitische leraren (de drie die ik als ‘De Grote Drie’ beschouw) nu juist gehanteerd wordt om het Uiteindelijke aan te duiden. In het boek wordt benadrukt dat ‘ik’ juist dat is wat altijd al het geval is. Dit ‘ik’ in de ware zin van het woord hoeft in feite nog niet meteen verward te worden met de tijdelijke gestalte die geboren is en een naam heeft.
            Het boek is een uitnodiging om zelf opnieuw te onderzoeken wat ‘ik’ in werkelijkheid is.

‘I’ is a Door. The essence of Advaita as taught by
Ramana Maharshi, Atmananda & Nisargadatta.
Translated by Johan Veldman and Wybe van de Kemp.
Mumbai: Zen Publications, 2017. USD 14.00

vrijdag 18 augustus 2017



Nicolas Jenson
Het genie dat onze huidige letter creëerde

Naar mijn gevoel wordt er veel meer getypt dan vroeger. Misschien heet het beroeren van een smartphone met een of twee vingers (of duimen) niet eens meer typen. Maar er worden constant afbeeldinkjes van het latijnse alfabet aangeraakt, en daar doel ik hier op. Voordat e-mail bestond belde je meestal; slechts af en toe schreef je iemand een brief. En áls je dan een brief schreef, was dat in de meeste gevallen nog met de hand, althans ik deed dat zo. Het gebruikmaken van lettermateriaal dat door anderen is aangeleverd, zoals in typemachine, tekstverwerker en zetprogramma, was toen helemaal niet vanzelfsprekend, en nu wel – op computers en smartphones wordt volledig geput uit bestaand lettermateriaal.

De vorm van deze letters is ooit door een paar mensen vastgelegd. De meeste mensen kennen wel de naam Gutenberg, als ‘degene die de boekdrukkunst heeft uitgevonden, zo rond 1450 in Mainz’. Gutenbergs uitvinding is geniaal. Hierdoor werd het voor het eerst mogelijk een veelvoud te vervaardigen van werkelijk identieke exemplaren. Marshall McLuhan illustreerde dit vijftig jaar geleden op een prachtige manier, met uitspraken als
“Printing, a ditto device
Printing, a ditto device
Printing, a ditto device, etc. (...)
      It provided the first uniformly repeatable ‘commodity’, the first assembly line – mass production.”
            En: “As we begin, so shall we go”.[1]


Toch heeft Gutenberg met de huidige typografie eigenlijk al niet echt meer te maken, omdat zijn tijdperk voorbij is – in ongeveer 1975 kwam er een einde aan het zetten met loden letters. Bovendien is de vorm van de letters van Gutenberg, de ‘textura’ (een van de vormen van het gotische schrift), allang niet meer in gebruik. Ziehier een voorbeeld, uit zijn bijbel van 1454 of 1455:
          

De letter die wij nu gebruiken wordt ‘romein’ genoemd.[2] En de vorm van deze romein-letter is zo’n vijftien jaar na Gutenbergs uitvinding gecreëerd, op grond van bestaande geschreven vormen, namelijk het humanistische schrift. Hierbij twee voorbeelden:

  















Dit schrift was een interpretatie van de laat-Karolingische minuskel door huma-nistische kopiisten. Die zagen deze schrijfletter aan voor een schrift uit het oude Rome. De hoofdletters (of kapitalen) waren inderdaad afgeleid van keizerlijke Romeinse inscripties, maar de kleine letters (minuskels, later ‘onderkast’ genoemd) waren pas sinds het eind van de achtste eeuw in West-Europa ontwikkeld. Vanaf het begin van de vijftiende eeuw, na een eeuwenlange onderbreking waarin gotische lettersoorten gangbaar waren, werd dit karolingische/humanistische schrift steeds verder verfijnd, waarbij de letters op zich steeds meer afzonderlijke vormen werden. De schreven van de letters werden steeds kleiner, behoedzaam gevormd om ze meer in overeenstemming te brengen met de schreven van de oorspronkelijk in steen uitgehakte kapitalen.


De eerste lettersnijders die een romein maakten, in 1465, waren de Duitsers Konrad Sweynheim en Arnold Pannartz, die in Subiaco, zo’n 70 km van Rome, de drukkunst in Italië geïntroduceerd hadden. Zie hierbij hun eerste boek, De Oratore van Cicero, het eerste boek dat gedrukt was in Italië:


Hun letter had nog wel een zekere verwantschap met de gotische types, dat wil zeggen dat ze nu niet echt als ‘een gewone letter’ zouden worden herkend. Dat veranderde toen in 1468 de broers Johann en Wendelin von Speyer (oftewel Da Spira, zoals ze in Italië werden genoemd) in Venetië neerstreken. Zij vervaardigden in 1469 een romein die wij nu wel al min of meer als een gewone letter zouden ervaren. Zie hierbij een detail uit hun eerste boek, eveneens van Cicero, Epistolae ad Familiares:


Maar het was toch de Fransman Nicolas Jenson (ca. 1420-1480) die, eveneens in Venetië, in 1470 een letter creëerde die werkelijk ‘onze huidige letter’ is: in de basis identiek aan een gebruikelijke schreefletter van de eenentwintigste eeuw (volgens verschillende onderzoekers was Jenson overigens ook verantwoordelijk voor de letter van Johannes da Spira uit 1469).[3] Ziehier een paar afbeeldingen uit Jensons eerste boek, De Evangelica Praeparatione van Eusebius, uit 1470 (de getoonde hele pagina is dezelfde pagina als die bovenin het artikel; zo kun je een indruk krijgen van de vrijheid om verschillende verluchtingen te maken rondom eenzelfde zetspiegel):










Ik vind de pagina’s met Jenson-letters prachtig. Toch is dit uiteindelijk niet het punt. Er zijn schrijvers die zeggen “Jenson behoort tot de allerbeste letterontwerpers.” Ook dat is niet het punt – het betreft hier geen vergelijking tussen een willekeurig stel ontwerpers. Het gaat erom dat Jenson de letter heeft vastgelegd. Zijn letter werd de norm voor alle letters na hem. Ook al zijn er veel pogingen gedaan om eens iets heel anders te maken, steeds bleef Jensons letter de norm. Alle letters kunnen geijkt worden aan de zijne.
            Met de letter in dit boek, Eusebius De Evangelica Praeparatione, is onze letter begonnen.
            In mijn ogen is dit boek een van de meest waarachtige monumenten van wat ‘renaissance’ genoemd wordt. Met de grote humanistische schrijfmeesters was de renaissance natuurlijk al decennialang gaande, maar nu deze humanistische letter in los letterzetsel vervaardigd kon worden, met andere woorden dat er nu met de nieuwe technologische vaardigheid een samenspel ontstond – ja, dat noem ik een hoogtepunt van de renaissance. Het grootse hiervan was dat nieuwe humanistische ideeën (wat je op een bepaalde manier ‘de bron van de Westerse Verlichting’ kunt noemen) in alle richtingen verspreid konden worden. 
           Ziehier nog een paar afbeeldingen uit  latere boeken van Jenson, de eerste uit 1471, de andere uit 1472, allemaal even mooi:



 
Het is verbazingwekkend dat Jenson niet vermeld wordt op de Wikipedia-pagina over de renaissance – terwijl ik nog wel een standbeeld voor hem had willen bepleiten!
            Je kunt inderdaad zeggen dat het Gutenberg Tijdperk voorbij is, maar het Jenson Tijdperk gaat gewoon door, hoe onopgemerkt ook. Hiermee bedoel ik dat weliswaar de computer-zettechniek het helemaal heeft overgenomen van de lood-zettechniek (die zoals gezegd door Gutenberg was aangevangen), maar dat de letter zelf, de zichtbare ‘romein’, nog steeds volop gebruikt wordt, in al ons internet en mail-verkeer. Geen wezenlijke wijziging ondergaan. Het is een groot wonder, deze creatie van ‘de echt tijdloze drukletter’ (terwijl de gotische letter van Gutenberg nu nog slechts een curiosum is). Gutenberg schiep een vergankelijk procedé, maar Jenson een blijvend voorbeeld.

LINKS:
Ik voeg hierbij links naar zowel Nederlandse als Engelse Wikipedia-pagina’s. Opvallend genoeg is dit een van de weinige keren dat ik de Nederlandse Wiki beter vind dan de Engelse. Ik kan aanraden de Nederlandse over Jenson te lezen.


BOEK:
Martin Lowry, Nicholas Jenson and the Rise of Venetian Publishing in Renaissance Europe. Oxford: Blackwell, 1991.

NOTEN:
1. Catalina-amfibievliegtuigen op de lopende band. Marshall McLuhan en Quentin Fiore, The Medium is the Massage. New York: Bantam, 1967; p. 45-50.
2. De aanduiding ‘latijns schrift’ voor ons alfabet betreft het geheel ervan: voornamelijk duidt dit op de romein, maar het includeert ook bijzondere vormen zoals de genoemde textura (een van de vormen van gotisch schrift) en het Ierse unciaalschrift. Buiten dit latijnse schrift is ook het griekse en het cyrillische schrift beïnvloed door het vastleggen van de romein-drukletter door Jenson. Jenson sneed zelf al in 1471 griekse letters. De eerste druk met cyrillische letters was in 1490 in Krakau, en in 1494 werd ook in Cetinje (Montenegro) een boek in cyrillisch gedrukt. Dit boek was weliswaar al beïnvloed door de ontwikkeling die gestart was in Venetië, maar de vorm van de letters was nog een unciaal, dat wil zeggen een lettersoort zonder onderscheid tussen kleine letters en hoofdletters. Pas in 1708 werd, door toedoen van tsaar Peter de Grote, in een Nederlandse werkplaats een nieuwe vorm van cyrillisch ontwikkeld, waarin dit onderscheid wel aanwezig was. Deze letter was in feite gebaseerd op de romein – dus op het voorbeeld van Jenson. Door dit identieke uitgangspunt kunnen twintigste-eeuwse lettertypes zoals de Times en de Baskerville (en hedendaagse zoals de Quadraat) ook een cyrillische versie hebben.
3. Zie bijvoorbeeld John Lane in Mathieu Lommens Het boek van het gedrukte boek (Amsterdam University Press, 2012) p. 18, en Warren Chappell in zijn A Short History of the Printed Word (Dorset Press, New York, 1989) p. 68-69.

POST SCRIPTUM:
Na het voltooien van dit artikel stuitte ik op een blog van Riccardo Olocco, die een nadruk blijkt te leggen die vergelijkbaar is met de mijne. Eindelijk – voor mij voor het eerst­ – iemand die ook het werkelijk originele maatstaf-karakter van Jenson benadrukt, in plaats van het schenken van een waarderend knikje alsof Jenson ‘inderdaad mooie letters maakte’. Olocco is veel meer een kenner dan ik, dus als iemand dieper wil ingaan op details, kan ik hem aanraden verder te lezen op zijn blog: