Luisteren
door Philip Renard
Als je nu luistert, beste vrienden,
luistert naar Dat wat jou nu in staat stelt
om mee te maken,
louter mee te maken,
dan kun je waarschijnlijk gemakkelijk opmerken
dat dit eigenlijk heel bijzonder is –
waarschijnlijk ook dat dit nét grootser is
en groter en vooral werkelijker
dan de trilling of beroering of beklemming
die vol suggestieve associaties is die
(vanwege berichten over gevaar)
kunnen opduiken en je innerlijk kunnen meesleuren.
Inderdaad, deze tijd is verschoond
van enige zekerheid of geruststelling.
Deze tijd lijkt wel ‘rauw’ te zijn,
vlakbij (ondanks de fysieke afstand),
maar dat is misschien juist een gelegenheid
om iets directer in contact te komen met
Dat wat je werkelijk bent.
Wat ik met luisteren bedoel is een luisteren
naar het meest echte, werkelijke dat jij bent.
‘Je ware natuur’ noem ik het vaak,
maar elke uitdrukking kan snel een cliché worden,
waardoor je niet meer komt tot
het luisteren ernaar.
Het luisteren waar ik het over heb is niet
het luisteren naar een ander, of naar een herinnering
of een ‘troost’.
Ik bedoel luisteren naar Jezelf,
naar Dat wat werkelijk van binnenuit
jou constant licht verschaft,
wat constant, continu, huidig, kennen mogelijk maakt,
geheel voorafgaand aan enige invulling van dat kennen.
‘Kennen’ is voor velen een raar woord,
heb ik wel eens gemerkt.
‘Meemaken’ klinkt veel gewoner. Ik bedoel
met beide termen eigenlijk precies hetzelfde.
Beide woorden duiden Dat aan wat
‘het wezen van het wezen’ is,
‘de essentie van de essentie’.
De taal houdt hier op, omdat juist het
‘meemaken’ oftewel ‘kennen’
er eerst moet zijn voordat je één woord
kunt noemen.
Kennen oftewel meemaken heeft niets koels hoor.
Soms beluister ik wel eens iets waarin
een snakken doorklinkt naar andere termen.
‘Het hart’, ‘liefde’, ‘mededogen’ enzovoort.
Zodra je echt luistert naar Dat wat jou
doet kennen, wat voor jou elk meemaken
mogelijk maakt, zul je wellicht tranen voelen
opwellen, zul je geraakt worden door het
ongelooflijk grootse, het onpeilbare geschenk
van Licht en Liefde dat binnenin
dit ‘doodnormale meemaken’ vervat zit.
De grootsheid van je eigen vermogen tot kennen,
ja, Kennen-op-zich,
dat is zo onmetelijk groots, en zo
ongelooflijk zacht en lieflijk!
Als je nu luistert,
naar Dat wat ‘dit’ zo echt maakt, zo werkelijk,
dan kun je meteen zien, of voelen,
dat ook ‘dit’ (dwz. zonder enige invulling van ‘dit’,
dus nog geen sprake van bijvoorbeeld beklemming)
eigenlijk nog niet verschilt van
Dat wat dit zo echt maakt, zo werkelijk.
Je kunt niet roepen: ‘Wees niet bang!’
Nee natuurlijk niet. Die trilling was al opgekomen
voordat je op het idee kwam om iets te roepen
als poging om dit te bedwingen.
Vandaar mijn uitnodiging om te zien
wat Dat is wat al voorafging aan die trilling.
Wat is Dat wat dit allemaal kent, ziet, meemaakt?
Wees gezegend in Dat,
in Dat wat je bent.