Toch kan er, na zo’n stukje over de bruiloftsgast te hebben gelezen, natuurlijk wel iets opkomen als ‘Ja, alles goed en wel, dan zie je die leegte, die afwezigheid van de ik-figuur, maar wat dan nog? Wat kan ik hiermee?’ Daar wil ik graag op ingaan. Allereerst wil ik zeggen dat noch ik, noch iemand die ik ken, eenzelfde absoluutheid aan de dag legt (of kan leggen) als Ramana Maharshi. Alle mensen die ik ken willen nog net als ik graag in een omstandigheid leven waarin een aantal dingen voldoende verzorgd zijn. Er zijn klaarblijkelijk nog steeds belangen. Ik ga er daarom ook van uit dat het bij het spreken over ‘de afwezigheid van de ik-figuur’ het beste is om niet te doen alsof ook wij net als Ramana zijn. We hebben nou eenmaal om te gaan met het reëel voelende gegeven dat we nog geïnteresseerd zijn in deze wereld, en dat er daardoor nog allerlei identificaties met de ik-figuur kunnen optreden.
Wat mij betreft gaat het om een verzwakken van de geloofwaardig-heid van deze ik-figuur (en niet om een poging tot vernietiging ervan). In Ramana’s manier van spreken IS de ik-figuur er gewoon niet, ‘want jij bent alleen maar Bewustzijn zelf’, dus lijken we daar genoeg aan te hebben. Dit is uiteindelijk wel waar, maar de echtheid ervan moet door de meeste mensen toch nog herhaaldelijk herkend worden. Vandaar dat ik zou willen spreken van de noodzaak van een tweede deel van Ramana’s bruiloftsgast-verhaal. Het blijkt namelijk dat die interessante bruiloftsgast toch weer verschijnt, zo maar, ook al had je zijn afwezigheid toch duidelijk opgemerkt! Dus dan blijkt het nog nodig om een soort training of beoefening te betrachten: herhaling van het zicht. Herhaling is dienend om gewend te raken aan dit herkennen van jezelf als louter Bewustzijn, louter Zien.
Het gaat vooral om een verschuiving van een gewenning. Door herhaaldelijk een echte onderbreking in je dagelijkse gedachtegewoontes toe te staan, met eventueel daarbij de vraag “Wie ben ik?” te stellen, kun je daadwerkelijk zien dat de ik-figuur er helemaal niet is. Je wordt op zo’n moment geconfronteerd met Werkelijkheid. Toch kan vlak erna de ik-figuur weer opdoemen. Hij heeft opeens weer een heel geloofwaardig verhaal! Je was iets vergeten, of je had iets overgeslagen, dus moet je binnenkort... Iets in het verhaal kan meteen geloofwaardig klinken. Het kan zelfs zo ver gaan dat iemand weer in een zoekbeweging terechtkomt. Alsof het altijd-aanwezige Licht weg is.
Door de vaak herhaalde herkenning van leegte, van de afwezigheid van de ik-figuur en van de aanwezigheid van vanuit-Jezelf-stralend Licht, kan het zoeken wel degelijk aan zijn eind komen. En wel door werkelijk te zien dat er niet iets te zien is, niet iemand, niet een schim, en zeker geen verhaal.
De zoekbeweging gaat eigenlijk altijd naar binnen. Het gebruikelijke gevoel is dat binnenin iets moet worden opgelost, of hersteld. Ik heb wel eens een tekening gemaakt van twee richtingen: één naar binnen en één van binnenuit naar buiten stralend.
Het verschil tussen deze twee is hier aan de orde. De moderne mens is enorm geïnteresseerd in zijn eigen psyche, zijn ‘innerlijk leven’. Daarin lijkt hij steeds zijn oplossing te willen vinden voor de ingewikkeldheden die hij meemaakt. Alle strategieën, alle methodes, zijn allemaal gebaseerd op dit ‘innerlijk leven’. Ook alle spirituele technieken en succesformules die je tegenkomt zijn gebaseerd op dit innerlijk – ‘de weg naar binnen’. Weliswaar met beloftes van beloningen in de buitenwereld, maar in feite met een sussende houding ten opzichte van dit innerlijk – dat heel vaak nog onvolwassen is gebleven, vanwege karmische restanten als hunkering en wrok. Zoeken naar bevrijding of verlichting is in bijna alle gevallen een beweging naar binnen.
Wat ik beschouw als een van de meest heilzame dingen die voortkomen uit de herkenning dat je geest, of psyche, in werkelijkheid (dat wil zeggen ‘in zijn ware natuur’) louter Kennende Leegte is, is het diepe besef dat dit neerkomt op vrede. Zodra je werkelijk kijkt, zie je namelijk dat strijd helemaal afwezig is. Er is niet iemand, en dus ook niet iemand ‘boven’ je. Vrede blijkt al het geval.
Als het echt tot je doordringt dat dit inderdaad al het geval is, door dit herhaaldelijk aan te treffen in de stilte die je toestaat, ga je leven vanuit dit, in plaats van ernaartoe. Dan zie je wat ik met dat tweede tekeningetje bedoel, waarop de pijlen naar buiten stralen. Als je de herkenning van het vanuit-Jezelf-stralende Licht helemaal gaat toestaan, als het ware van kruin tot voetzool, houdt de hele zaak op, alle kwesties van schuld en wraak. Alle inhoud, elk verhaal, moet namelijk nu nog pas beginnen. Je hebt de kleefkracht van karma zodanig onderbroken dat er nu een schoon blad voor je ligt – ook al is het eveneens waar dat je karmische inhoud, met alle emotioneel-gekleurde verhalen van vroeger, zich in een oogwenk weer kan melden. Vandaar dat het altijd aan te raden is om het herkennen van het Lege Kennen eventueel kort te laten zijn maar wel vaak te laten gebeuren.
Deze herkenning houdt ook een herkenning in van de afwezigheid van de ik-figuur. Hoe kort de herkenning ook moge zijn, het moet wel echt herkenning zijn. Een zien dat er uiteindelijk slechts ZIEN is. ‘Zien ziet zien’, noem ik het wel eens.
Dan besef je ook meteen dat dit wel degelijk de waarheid is, ook al kun je dit als persoon misschien nog niet helemaal waarmaken in je leven. Het is gewoon waar, hoe alle manifestatie zich verder ook zal aandienen.
Door deze waarheid te blijven herkennen als ‘meer waar’ dan de verhalen van de ik-figuur en ook meer waar dan de slingerende waarheden die ons via de media bereiken, zullen de verhalen gaandeweg afnemen, of in ieder geval de geloofwaardigheid ervan. Op deze manier leer je ook om om te gaan met deze eventueel nog opkomende ik-figuur.
Net zoals je kunt zien dat deze figuur, zodra je echt het licht erop laat vallen, verdwenen is, kun je ook de momenten herkennen als hij toch daarna weer opkomt; dat wil zeggen dat deze ‘onvindbare’ bruiloftsgast dan toch gewoon opnieuw verschijnt, en wel als een object van constant ziend en licht-schenkend Bewustzijn. Je leert zo om hem meer en meer als een object te zien, niet in de zin van een kille afstandelijkheid, maar als te onderscheiden van Jij die kijkt. Je hebt voor een moment daadwerkelijk gezien dat hij er niet is: je kunt dat ‘leegte’ noemen, een afwezigheid van fenomenen. En erna komt de ik-figuur toch op: dat wil zeggen dat in deze leegte zo maar een fenomeen optreedt. Je kunt dit gemakkelijk onderscheiden. Dit is ‘verschil’, heel eenvoudig.
Ik beschouw het als groots als je werkelijk ziet wie of wat je bent; je kunt dan zien dat een van de meest essentiële eigenschappen van je waarachtig-eigen natuur vrede is.[2] De ik-figuur bevat in het algemeen weinig vrede, maar Dat wat de ik-figuur ziet is altijd al in vrede en harmonie met zijn huidige object.
Dit betekent dat je nu, misschien wel voor het eerst, naar alle dagelijkse dingen en voorvallen kunt kijken zonder een filter of sluier. Sommige moderne mensen doen casual over dit punt, maar volgens mij is dat niet dienend. Dit herkennen van vrede en ongefilterdheid is namelijk uniek.
De schets die hier gegeven wordt, van eerst zien dat er niet iets te zien is en erna eerlijk erkennen dat (of ‘als’) er wel degelijk opeens een ik-figuur oprijst, noem ik ‘heilige volgorde’. Ik noem het heilig omdat het kijken vanuit het eerste gegeven, waar blijkt dat die ik-figuur werkelijk niet te vinden is, betekent dat je oog hebt voor Dat wat aan alle fenomenen voorafgaat, en daardoor ook oog voor het ‘begin’ van alle fenomenen, en dat je vervolgens kunt kijken vanuit deze afwezigheid, vanuit deze leegte. Wát er ook maar hierna kan verrijzen, dat is klein en kort vergeleken bij Zien-op-zich. Het kijken vanuit het lege Zien-op-zich beschouw ik als het meest betrouwbare dat er is. De term ‘heilig’ gebruik ik om aan te geven dat dit Zien zelf niet iets van een persoon is, en dat dit daarom vooraf moet blijven gaan aan de aandacht voor persoonlijke opwellingen.
Zodra je dit in praktijk brengt, maak je mee dat je ongefilterd naar andere mensen kunt kijken, zonder een gekleurde bril. Je ziet dat veel van wat je dacht te zien eigenlijk projecties zijn.
Je gelooft je projecties niet meer. De mens is dit in het algemeen niet gewend, vandaar dat ik dit uniek durf te noemen.
Ja, het is groots, dit Zien zelf, deze Bevrijder.
N.B.: dit artikel was oorspronkelijk op het blog Volle Cirkel geplaatst met een andere titel: ‘Over de heilige volgorde en het “nut” van non-dualistisch inzicht’.
NOTEN:
1. Het bruiloftsgast-verhaal staat in de Talks with Sri Ramana Maharshi (1955), Talk No. 612.
2. Vanuit dit zicht heb ik de Universele Verklaring van de Ware Natuur van de Mens kunnen schrijven. Daarin schets ik de mogelijkheid dat ieder mens leert kijken vanuit zijn ware natuur, die vrede genoemd kan worden. Downloaden is mogelijk via www.advaya.nl (bij ‘Artikelen’).


Lieve Philip,
BeantwoordenVerwijderenWat een fijn, verhelderend stuk! De bruiloftsgast is op deze manier heel herkenbaar in ons dagelijks leven. Telkens als hij opduikt krijg weer de kans om hem te doorzien.
Alle liefs en tot zaterdag,
Ted